|

|
|
Dit
reglement is van toepassing op de race-evenementen die door SBO
(stichting Scooterrace en Bromfietssprint Organisatie) worden
georganiseerd onder auspiciën van Vereniging MON (hierna genoemd
MON).
ALGEMEEN
TECHNISCH REGLEMENT
1 ALGEMEEN
Deelname
aan SBO - wedstrijden staat open voor machines die door de officiële
importeur of fabrikant in Nederland zijn gehomologeerd voor het
gebruik als bromfiets of snorfiets. Deelname staat ook open voor
machines die van hetzelfde type zijn als een gehomologeerde
machine, en voor enkele in de Specifieke Technische Reglementen
genoemde machinetypes (met uitzondering van beide pitbike klassen).
Elke machine moet in veilige en deugdelijke staat verkeren en mag
geen scherpe uitstekende delen vertonen, dit ter beoordeling door
de Technische Commissie.
2 CILINDERINHOUD
2.1
De
maximaal toegestane cilinderinhoud toegestaan is 70 cc, met uitzondering van de pitbike klasse.
De cilinderinhoud wordt berekend met de formule: cilinderinhoud =
= π x straal² x hoogte.
2.2 geldig voor beiden pitbike klassen: De maximaal toegestane cilinderinhoud toegestaan is 125 cc 4-takt. De cilinderinhoud wordt berekend met de formule: cilinderinhoud = π x straal² x hoogte
3 KOELING
3.1
Bij
vloeistofkoeling mag als koelmiddel uitsluitend water worden
gebruikt, al dan niet gemengd met ethylalcohol. Andere
antivriesmiddelen zijn niet toegestaan.
Aan
het koelmiddel mag maximaal 2 % anti corrosiemiddel worden
toegevoegd.
Uitwendige olieleidingen moeten door middel van schroef- of
klemkoppelingen zijn bevestigd. Het gebruik van slangklemmen bij
olieleidingen is verboden.
3.2 geldig voor beiden pitbike klassen: Bij vloeistofkoeling mag als koelmiddel uitsluitend olie worden gebruikt. Uitwendige olieleidingen moeten door middel van schroef- of klemkoppelingen zijn bevestigd. Het gebruik van slangklemmen bij olieleidingen is verboden.
4 CARBURATEUR
De
doorlaatdiameter van een carburateur wordt gecontroleerd met een
plat kaliber dat 0,1 mm breder is dan de maximaal toegestane
carburateurdoorlaat. Wanneer het kaliber door de
carburateurdoorlaat kan worden gestoken, is de carburateur te
groot. Bij een niet-ronde carburateur wordt de grootste
doorlaatmaat beschouwd als de doorlaatdiameter. In geval van brandstofinjectie geldt eenzelfde maximaal toegestane doorlaatmaat als bij een carburateur. Indien de carburateur meerdere doorlaten heeft mag de som van de doorlaten niet meer bedragen als 283,64 mm² met een tolerantie van 3 mm² doorlaten van de choke e.d. buiten beschouwing gehouden. (niet van toepassing voor de pitbike klassen)
5
DRUKVULLING
Elke
mechanische vorm van drukvulling is verboden.
De
pompwerking van het carter niet beschouwd als drukvulling, mits de
totale variatie van het cartervolume gedurende een
krukasomwenteling de toelaatbare cilinderinhoud niet te boven
gaat.
Uitsluitend
buitenlucht mag als oxidant worden gemengd met de brandstof.
Directe
inspuiting van brandstof wordt niet beschouwd als drukvulling. Deze regel is niet van toepassing voor beiden pitbike klassen.
6
AIRBOX
Het
primaire doel van een airbox is het opvangen van teruggeblazen
brandstof.
Carburateur-overloop-openingen en -slangen moeten uitmonden in de
airbox of in een apart reservoir. Dit reservoir moet bij aanvang
van trainingen en wedstrijden leeg zijn.
7
ONTSTEKINGSONDERBREKER
De
machine moet zijn voorzien van een onderbreker waarmee de
ontsteking kan worden uitgeschakeld via een trekkoord dat aan de
rijder is bevestigd. De voorkeur gaat uit naar een combinatie van
deze onderbreker met een rode knop die duidelijk zichtbaar op het
stuur is gemonteerd, zodanig dat hij door de rijder kan worden
bediend zonder de handen van het stuur te nemen.
8
KOPPELING en TRANSMISSIE
Het
koppelingssysteem (natte of droge koppeling) moet zijn als bij het
gehomologeerde model. De aandrijving van motor naar achterwiel
(ketting, V-snaar, tandriem etc.) moet zijn als bij het
gehomologeerde model.
9 DRAAIENDE DELEN
Draaiende
delen van de ontsteking, de koppeling en de transmissie moeten
deugdelijk zijn afgeschermd. Voor het achtertandwiel moet een
afschermplaat met een minimumdikte van 3 mm en met voldoende
sterkte zijn gemonteerd, zodanig dat het niet mogelijk is om met
enig lichaamsdeel tussen de onderste kettingloop en het
achtertandwiel te geraken.
10
REMSCHIJVEN
Remschijven
moeten minimaal 4 mm dik zijn, tenzij een door de fabrikant op de
schijf vermelde minimumwaarde anders aangeeft.
Niet-stalen
remschijven zijn alleen toegestaan als ze afkomstig zijn van een
gehomologeerd model.
11
FRAME
De
constructie van frame, wielophangingen, wielen en remmen mag niet
zodanig worden gewijzigd dat de veiligheid in het geding komt.
Midden- en zijstandaard en spiegels moeten worden verwijderd.
12 STUUR
Het stuur moet zijn zoals van
het originele gehomologeerde model.
Stuureinden moeten zijn
afgedicht met afgeronde, gladde doppen van kunststof of
lichtmetaal.
De
stuuruitslag, gemeten vanuit de rechtuit - stand van het stuur,
moet naar beide zijden minimaal 15 graden zijn. Een permanente
aanslag moet zorgen dat bij elke stuuruitslag een ruimte van
minimaal 30 mm vrij blijft tussen het stuur inclusief de handles,
en alle overige delen (tank, frame, stroomlijn etc).
13 HANDLES en VOETSTEUNEN
De uiteinden van rem- en
koppelingshendels moeten bolvormig zijn. Het gashendel moet
zelfsluitend zijn. Extra voetsteunen anders dan de voetenplank, en
verbredingen van de voetenplank op scooters, zijn niet
toegestaan. Voetsteunen moeten minimaal 70 mm breed zijn.De
uiteinden moeten bestaan uit kunststof of lichtmetaal en moeten
zijn afgerond.
14 KABELS en LEIDINGEN
Hydraulische leidingen en
bedieningskabels van remmen, koppeling en gas mogen geen beschadigingen
vertonen en moeten zodanig zijn gemonteerd dat doorslijten of
afklemmen niet mogelijk is. Leidingen mogen geen lekkage vertonen.
Bij hydraulische leidingen gaat de voorkeur uit naar leidingen met
een metalen omhulsel.
15
BORGING Onder
borgen wordt verstaan: het voorkomen van loslopen door
gebruikmaking van metalen draad met een dikte van minimaal 0,7 mm.
Het gebruik van splitpennen wordt beschouwd als borgen. Het
gebruik van zelfborgende moeren en van producten zoals Loctite
wordt niet beschouwd als borgen omdat de goede werking daarvan
niet zonder demontage kan worden vastgesteld bij de technische
keuring.
Alle vuldoppen, pluggen, bouten en moeren die bij het loslopen
olielekkage kunnen veroorzaken, moeten zijn geborgd (met uitzondering van het veersysteem).
Bouten en moeren waarmee wielassen, remklauwen en remverankeringen
zijn bevestigd, moeten zijn geborgd. Moeren waarmee wielen zijn
bevestigd, moeten zijn geborgd.
16
TRANSPONDERHOUDER
De transponderhouder
moet minimaal 300 mm verwijderd zijn van alle
ontstekingscomponenten en moet zoveel mogelijk in verticale stand
zijn gemonteerd (voorschrift van de fabrikant).
Bij scooters moet de transponderhouder zijn gemonteerd tegen de
binnenzijde van het beenschild, dus achter de balhoofdbuis.
17
BRANDSTOF
Als brandstof mag uitsluitend gewone loodvrije benzine
(Normaal of Super) worden gebruikt, dat wil zeggen: benzine die
normaliter ook door gewone motorvoertuigen op de openbare weg
wordt gebruikt en die voor iedereen via de gebruikelijke
handelskanalen langs de openbare weg verkrijgbaar is.
Aan de benzine mag uitsluitend smeerolie worden toegevoegd. Elke
andere toevoeging en / of vermenging van de benzine met stoffen
als octaanboosters, alcohol, avgas, bluegas, enz. is verboden.
Controle vindt plaats via de researchmethode ASTM D 2700. Als de
controle uitwijst dat het octaangetal hoger is dan 98 RON (met een
tolerantie van 3), of als de benzine een verboden stof
bevat, wordt de rijder geschorst voor de rest van het seizoen en
veroordeeld tot het betalen van de researchkosten. Indien dit bij de laatste 3 wedstrijden van het jaar wordt geconstateerd wordt de rijder 3 plaatsen terug gezet in het eindklassement, dit om te voorkomen dat een veroordeelde rijder toch kampioen kan worden. Om controle
mogelijk te maken moet de brandstoftank tijdens de tijdtraining en
de wedstrijd altijd een halve liter brandstof méér bevatten dan nodig
is voor het uitrijden van die training c.q. wedstrijd. Om het
gebruik van illegale brandstof tegen te gaan kan de Technische
Commissie rijders verplichten gebruik te maken van door de SBO verstrekte brandstof. Deze brandstof is van de kwaliteit SUPERPLUS
handelsbenzine en wordt maximaal 48 uur voor de wedstrijd
aangekocht bij een handelspunt van een gerenommeerd benzinemerk
(Shell, Esso, BP, Texaco e.d.).
Bekendmaking van de geselecteerde rijders met bijbehorende
startnummers kan gebeuren via de omroepinstallatie of via
persoonlijke benadering door een TC-lid.
De
Technische Commissie behoudt zich het recht voor om bij vermoeden
van misbruik een rijder apart te selecteren.
Elke geselecteerde rijder moet uiterlijk 15 minuten voor de
aanvang van de tijdtraining of de wedstrijd met zijn machine, met
een LEGE tank, aanwezig zijn op de door de TC aangewezen plaats.
De rijder geeft aan het TC-lid de gewenste hoeveelheid (maximaal 5
liter) benzine op. De verstrekte benzine mag, uitsluitend ter
plaatse en onder toezicht van het TC-lid, worden gemengd met door
de rijder meegebrachte smeerolie (zonder toevoegingen) in een
gebruikelijke hoeveelheid, waarna eventueel de tank kan worden
verzegeld. De rijder mag zich slechts met toestemming van de TC
naar de startplaats begeven.
18 WIELEN
Wielen
mogen een velgmaat hebben van minimaal 10 inch en maximaal 13 inch (14 inch bij beiden pitbike klassen)
mits anders omschreven in specifieke reglement(en).
Het is verboden materiaal te verwijderen van de wielen.
19
BANDEN
De
banden moeten zijn goedgekeurd voor het gebruik op de openbare weg
met uitzondering van de 70cc scootercup en +10 pk Pitbike klasse en Stage6 Cup, moeten bij aanvang van
de training en de wedstrijd een profieldiepte hebben van minimaal
1,5 mm. Opgesneden slicks zijn dus niet toegestaan. Ventielen
moeten zijn afgesloten met metalen ventieldoppen.
In de 70cc scootercup zijn ook slicks toegestaan mits deze
veilig genoeg zijn voor de te behalen snelheden en belastingen. Bij de stage6 cup mag gebruik gemaakt worden van slickbanden, uitsluitend van het merk stage6.Het gebruik van bandenwarmers is alleen toegestaan in de 70cc
Scootercup en de +10 pk Pitbike klasse.
20 UITLAAT
Geen
enkel deel van het uitlaatsysteem mag uitsteken achter de
achterband.
Bevestiging van uitlaten of dempers uitsluitend door middel van
trekveren is niet toegestaan.
21
GELUID
De
geluidsproductie mag maximaal 98 dBa zijn.
De meting wordt verricht volgens de procedure zoals door MON
voorgeschreven (zie sportreglement MON 2005,
op een locatie waar de geluidsweerkaatsing beperkt is (open
omgeving, verwijderd van houtwallen, muren of andere grote
weerkaatsende voorwerpen).
De geluidsmeter wordt opgesteld op circa 10 meter na het einde van
een bocht, aan de binnenzijde van de baan, op 6 meter afstand
vanaf de ideale lijn, en op 1,50 meter hoogte.
22
STARTNUMMERS
Voor elke klasse
zullen drie complete sets startnummers bij de inschrijving van de
eerste wedstrijd worden uitgegeven door SBO. Het
startnummer zal moeten worden aangebracht op de voorkant en beide
zijkanten van de machine.
Kleuren
zijn voor: Pitbike klasse tot 10pk
: witte ondergrond met rode cijfers
Pitbike klasse + 10pk : rode ondergrond met witte cijfers
FunBike cup
: witte ondergrond met blauwe cijfers
Stage6 cup
: oranje ondergrond met zwarte cijfers
70cc scooter cup
:
witte ondergrond met
zwarte cijfers
De
minimale afmetingen per startnummer zullen 120mm in hoogte en 65 mm
breed zijn.
23
STICKERS
Voor elke klasse
met een klassensponsor geldt het volgende:
stickers
dienen te worden aangebracht op de daartoe toegewezen plaatsen
door klassensponsor. Vermeld in de specifieke reglementen.
24
VERLICHTING
Afplakken van koplampen,achterlichten en richtingaanwijzers is
gewenst.
Richtingaanwijzers
op steunen moeten in hun geheel worden verwijderd.
25 KLEDING
De rijder moet geheel leren
kleding dragen met een materiaaldikte van minimaal 1,2 mm, (elastieken, ritsen en beschermers e.d. uitgezonderd) met
verstevigingen op schouders, ellebogen, heupen en knieën. De
kleding moet ééndelig zijn.
Het dragen van een zogenaamde harde rugbeschermer met EC-keur is
verplicht.
De rijder moet leren handschoenen dragen met een materiaaldikte
van minimaal 1,2 mm. Het te dragen schoeisel moet van leer zijn of
van een ander materiaal met dezelfde relevante
eigenschappen.
De schacht moet minimaal 200
mm hoog zijn en goed aansluiten op het pak.
Er mogen geen voorwerpen worden gebruikt om gewicht toe te voegen
aan de rijder.
26
HELM
Het
dragen van een deugdelijke helm is tijdens het rijden verplicht.
Deze dient te zijn
voorzien van een geldig keurmerk (ECE). De helm mag geen breuken
of barsten vertonen en moet dus in goede staat verkeren. Een
integraalhelm is verplicht en het vizier mag niet zodanig bekrast
zijn dat het zicht wordt beïnvloed.
Deze
dient voor aanvang van de eerste wedstrijd ter keuring aangeboden
te worden bij de tc,en wanneer gedurende het seizoen een nieuwe
helm wordt aangeschaft dient deze ook gekeurd te worden.
27
KEURING
Elke rijder moet elk
seizoen vóór zijn eerste wedstrijd zijn kleding en helm laten
keuren door de Technische Commissie.
Elke rijder moet zijn gebruiksklare machine vóór elke eerste
training laten keuren door de Technische Commissie. Machines
moeten zonder onderstroomlijn ter keuring worden aangeboden.
Door de TC ter nacontrole aangewezen machines moeten direct na het
passeren van de finish bij de TC-ruimte worden ingeleverd.
Ook
wanneer een technisch protest is ingediend, moet de betreffende
machine direct ter inspectie worden ingeleverd. Dan wordt bepaald
wanneer de machine nader wordt geïnspecteerd. Deze inspecties
zullen zoveel mogelijk afgezonderd van rijders en publiek
plaatsvinden. Aanwezig mogen zijn de rijder en
één helper. De machine moet uiterlijk 25 minuten na inlevering
inspectiegereed zijn (zonodig met gedemonteerde cilinderkop om het
opmeten van boring en slag mogelijk te maken). Het inspectiegereed
maken moet gebeuren door de rijder en / of door zijn helper.
Kosten die voortkomen uit het inspectiegereed maken, komen voor
rekening van de rijder. Maten worden gemeten met de aanwezige
instrumenten en zijn bindend.
Vrijwillige
metingen zonder sancties zijn altijd mogelijk.
28 DISCUSSIES en PROTESTEN
In zaken waarin het
Algemeen Technisch Reglement of de Specifieke Technische
Reglementen niet voorzien of waarbij de reglementen discussie
oproepen, beslist de wedstrijdleiding.
Protesten moeten worden
ingediend bij de wedstrijdleiding. Zie hiervoor artikel 24
van het Wedstrijdreglement.
In
gevallen waar dit reglement niet in voorziet beslist de
wedstrijdleiding en/of het bestuur van SBO en/of het bestuur van
MON.
|
|