Home Stickers Bestellen Links Dealers Artikelen Meetingfotos Scooterraces/sprints Magazine
Optredens 2004

  • Foto's van de SBO Sprints & Races zijn te vinden via onderstaande link :

    Klik hier



Dit reglement is van toepassing op de race-evenementen die door SBO (stichting Scooterrace en Bromfietssprint Organisatie) worden georganiseerd onder auspiciën van Vereniging MON (hierna genoemd MON).
 
ALGEMEEN TECHNISCH REGLEMENT

1   ALGEMEEN
Deelname aan SBO - wedstrijden staat open voor machines die door de officiële importeur of fabrikant in Nederland zijn gehomologeerd voor het gebruik als bromfiets of snorfiets. Deelname staat ook open voor machines die van hetzelfde type zijn als een gehomologeerde machine, en voor enkele in de Specifieke Technische Reglementen genoemde machinetypes (met uitzondering van beide pitbike klassen).
Elke machine moet in veilige en deugdelijke staat verkeren en mag geen scherpe uitstekende delen vertonen, dit ter beoordeling door de Technische Commissie.


2   CILINDERINHOUD
2.1 De maximaal toegestane cilinderinhoud toegestaan is 70 cc, met uitzondering van de pitbike klasse.
De cilinderinhoud wordt berekend met de formule: cilinderinhoud = = π x straal² x hoogte.

2.2 geldig voor beiden pitbike klassen: De maximaal toegestane cilinderinhoud toegestaan is 125 cc 4-takt. De cilinderinhoud wordt berekend met de formule: cilinderinhoud = π x straal² x hoogte

3   KOELING
3.1
Bij vloeistofkoeling mag als koelmiddel uitsluitend water worden gebruikt, al dan niet gemengd met ethylalcohol. Andere antivriesmiddelen zijn niet toegestaan.
Aan het koelmiddel mag maximaal 2 % anti corrosiemiddel worden toegevoegd.
Uitwendige olieleidingen moeten door middel van schroef- of klemkoppelingen zijn bevestigd. Het gebruik van slangklemmen bij olieleidingen is verboden.

3.2 geldig voor beiden pitbike klassen: Bij vloeistofkoeling mag als koelmiddel uitsluitend olie worden gebruikt. Uitwendige olieleidingen moeten door middel van schroef- of klemkoppelingen zijn bevestigd. Het gebruik van slangklemmen bij olieleidingen is verboden.

4   CARBURATEUR
De doorlaatdiameter van een carburateur wordt gecontroleerd met een plat kaliber dat 0,1 mm breder is dan de maximaal toegestane carburateurdoorlaat. Wanneer het kaliber door de carburateurdoorlaat kan worden gestoken, is de carburateur te groot. Bij een niet-ronde carburateur wordt de grootste doorlaatmaat beschouwd als de doorlaatdiameter. In geval van brandstofinjectie geldt eenzelfde maximaal toegestane doorlaatmaat als bij een carburateur. Indien de carburateur meerdere doorlaten heeft mag de som van de doorlaten niet meer bedragen als 283,64 mm² met een tolerantie van 3 mm²  doorlaten van de choke e.d. buiten beschouwing gehouden. (niet van toepassing voor de pitbike klassen)

5   DRUKVULLING
Elke mechanische vorm van drukvulling is verboden. 
De pompwerking van het carter niet beschouwd als drukvulling, mits de totale variatie van het cartervolume gedurende een krukasomwenteling de toelaatbare cilinderinhoud niet te boven gaat.
Uitsluitend buitenlucht mag als oxidant worden gemengd met de brandstof. 
Directe inspuiting van brandstof wordt niet beschouwd als drukvulling. Deze regel is niet van toepassing voor beiden pitbike klassen.

6   AIRBOX
Het primaire doel van een airbox is het opvangen van teruggeblazen brandstof.
Carburateur-overloop-openingen en -slangen moeten uitmonden in de airbox of in een apart reservoir. Dit reservoir moet bij aanvang van trainingen en wedstrijden leeg zijn.


7   ONTSTEKINGSONDERBREKER
De machine moet zijn voorzien van een onderbreker waarmee de ontsteking kan worden uitgeschakeld via een trekkoord dat aan de rijder is bevestigd. De voorkeur gaat uit naar een combinatie van deze onderbreker met een rode knop die duidelijk zichtbaar op het stuur is gemonteerd, zodanig dat hij door de rijder kan worden bediend zonder de handen van het stuur te nemen.

8   KOPPELING en TRANSMISSIE
Het koppelingssysteem (natte of droge koppeling) moet zijn als bij het gehomologeerde model. De aandrijving van motor naar achterwiel (ketting, V-snaar, tandriem etc.) moet zijn als bij het gehomologeerde model.

9   DRAAIENDE DELEN
Draaiende delen van de ontsteking, de koppeling en de transmissie moeten deugdelijk zijn afgeschermd. Voor het achtertandwiel moet een afschermplaat met een minimumdikte van 3 mm en met voldoende sterkte zijn gemonteerd, zodanig dat het niet mogelijk is om met enig lichaamsdeel tussen de onderste kettingloop en het achtertandwiel te geraken.

10   REMSCHIJVEN
Remschijven moeten minimaal 4 mm dik zijn, tenzij een door de fabrikant op de schijf vermelde minimumwaarde anders aangeeft.
Niet-stalen remschijven zijn alleen toegestaan als ze afkomstig zijn van een gehomologeerd model.

11   FRAME
De constructie van frame, wielophangingen, wielen en remmen mag niet zodanig worden gewijzigd dat de veiligheid in het geding komt. Midden- en zijstandaard en spiegels moeten worden verwijderd.

12   STUUR
Het stuur moet zijn zoals van het originele gehomologeerde model. 
Stuureinden moeten zijn afgedicht met afgeronde, gladde doppen van kunststof of lichtmetaal.
De stuuruitslag, gemeten vanuit de rechtuit - stand van het stuur, moet naar beide zijden minimaal 15 graden zijn. Een permanente aanslag moet zorgen dat bij elke stuuruitslag een ruimte van minimaal 30 mm vrij blijft tussen het stuur inclusief de handles, en alle overige delen (tank, frame, stroomlijn etc).

13   HANDLES en VOETSTEUNEN
De uiteinden van rem- en koppelingshendels moeten bolvormig zijn. Het gashendel moet zelfsluitend zijn. Extra voetsteunen anders dan de voetenplank, en verbredingen van de voetenplank op scooters, zijn niet toegestaan. Voetsteunen moeten minimaal 70 mm breed zijn.De uiteinden moeten bestaan uit kunststof of lichtmetaal en moeten zijn afgerond.

14   KABELS en LEIDINGEN
Hydraulische leidingen en bedieningskabels van remmen, koppeling en gas mogen geen beschadigingen vertonen en moeten zodanig zijn gemonteerd dat doorslijten of afklemmen niet mogelijk is. Leidingen mogen geen lekkage vertonen. Bij hydraulische leidingen gaat de voorkeur uit naar leidingen met een metalen omhulsel.

15   BORGING
Onder borgen wordt verstaan: het voorkomen van loslopen door gebruikmaking van metalen draad met een dikte van minimaal 0,7 mm. Het gebruik van splitpennen wordt beschouwd als borgen. Het gebruik van zelfborgende moeren en van producten zoals Loctite wordt niet beschouwd als borgen omdat de goede werking daarvan niet zonder demontage kan worden vastgesteld bij de technische keuring.
Alle vuldoppen, pluggen, bouten en moeren die bij het loslopen olielekkage kunnen veroorzaken, moeten zijn geborgd (met uitzondering van het veersysteem).
Bouten en moeren waarmee wielassen, remklauwen en remverankeringen zijn bevestigd, moeten zijn geborgd. Moeren waarmee wielen zijn bevestigd, moeten zijn geborgd.  
 


16   TRANSPONDERHOUDER
De transponderhouder moet minimaal 300 mm verwijderd zijn van alle ontstekingscomponenten en moet zoveel mogelijk in verticale stand zijn gemonteerd (voorschrift van de fabrikant).
Bij scooters moet de transponderhouder zijn gemonteerd tegen de binnenzijde van het beenschild, dus achter de balhoofdbuis.

17   BRANDSTOF
Als brandstof mag uitsluitend gewone loodvrije benzine (Normaal of Super) worden gebruikt, dat wil zeggen: benzine die normaliter ook door gewone motorvoertuigen op de openbare weg wordt gebruikt en die voor iedereen via de gebruikelijke handelskanalen langs de openbare weg verkrijgbaar is.
Aan de benzine mag uitsluitend smeerolie worden toegevoegd. Elke andere toevoeging en / of vermenging van de benzine met stoffen als octaanboosters, alcohol, avgas, bluegas, enz. is verboden.
Controle vindt plaats via de researchmethode ASTM D 2700. Als de controle uitwijst dat het octaangetal hoger is dan 98 RON (met een tolerantie van 3),  of als de benzine een verboden stof bevat, wordt de rijder geschorst voor de rest van het seizoen en veroordeeld tot het betalen van de researchkosten. Indien dit bij de laatste 3 wedstrijden van het jaar wordt geconstateerd wordt de rijder 3 plaatsen terug gezet in het eindklassement, dit om te voorkomen dat een veroordeelde rijder toch kampioen kan worden. Om controle mogelijk te maken moet de brandstoftank tijdens de tijdtraining en de wedstrijd altijd een halve liter brandstof méér bevatten dan nodig is voor het uitrijden van die training c.q. wedstrijd. Om het gebruik van illegale brandstof tegen te gaan kan de Technische Commissie rijders verplichten gebruik te maken van door de SBO verstrekte brandstof. Deze brandstof is van de kwaliteit SUPERPLUS handelsbenzine en wordt maximaal 48 uur voor de wedstrijd aangekocht bij een handelspunt van een gerenommeerd benzinemerk (Shell, Esso, BP, Texaco e.d.).
Bekendmaking van de geselecteerde rijders met bijbehorende startnummers kan gebeuren via de omroepinstallatie of via persoonlijke benadering door een TC-lid. 

De Technische Commissie behoudt zich het recht voor om bij vermoeden van misbruik een rijder apart te selecteren.
Elke geselecteerde rijder moet uiterlijk 15 minuten voor de aanvang van de tijdtraining of de wedstrijd met zijn machine, met een LEGE tank, aanwezig zijn op de door de TC aangewezen plaats.
De rijder geeft aan het TC-lid de gewenste hoeveelheid (maximaal 5 liter) benzine op. De verstrekte benzine mag, uitsluitend ter plaatse en onder toezicht van het TC-lid, worden gemengd met door de rijder meegebrachte smeerolie (zonder toevoegingen) in een gebruikelijke hoeveelheid, waarna eventueel de tank kan worden verzegeld. De rijder mag zich slechts met toestemming van de TC naar de startplaats begeven.


18   WIELEN
Wielen mogen een velgmaat hebben van minimaal 10 inch en maximaal 13 inch (14 inch bij beiden pitbike klassen) mits anders omschreven in specifieke reglement(en).
Het is verboden materiaal te verwijderen van de wielen.


19   BANDEN
De banden moeten zijn goedgekeurd voor het gebruik op de openbare weg met uitzondering van de 70cc scootercup en +10 pk Pitbike klasse en Stage6 Cup, moeten bij aanvang van de training en de wedstrijd een profieldiepte hebben van minimaal 1,5 mm. Opgesneden slicks zijn dus niet toegestaan. Ventielen moeten zijn afgesloten met metalen ventieldoppen.
In de 70cc scootercup zijn ook slicks toegestaan mits deze veilig genoeg zijn voor de te behalen snelheden en belastingen.
Bij de stage6 cup mag gebruik gemaakt worden van slickbanden, uitsluitend van het merk stage6.Het gebruik van bandenwarmers is alleen toegestaan in de 70cc Scootercup en de +10 pk Pitbike klasse.

20   UITLAAT
Geen enkel deel van het uitlaatsysteem mag uitsteken achter de achterband.
Bevestiging van uitlaten of dempers uitsluitend door middel van trekveren is niet toegestaan.


21   GELUID
De geluidsproductie mag maximaal 98 dBa zijn.
De meting wordt verricht volgens de procedure zoals door MON voorgeschreven (zie sportreglement MON 2005, op een locatie waar de geluidsweerkaatsing beperkt is (open omgeving, verwijderd van houtwallen, muren of andere grote weerkaatsende voorwerpen).
De geluidsmeter wordt opgesteld op circa 10 meter na het einde van een bocht, aan de binnenzijde van de baan, op 6 meter afstand vanaf de ideale lijn, en op 1,50 meter hoogte.


22 STARTNUMMERS
Voor elke klasse zullen drie complete sets startnummers bij de inschrijving van de eerste wedstrijd worden uitgegeven door SBO.
Het startnummer zal moeten worden aangebracht op de voorkant en beide zijkanten van de machine.
Kleuren zijn voor: Pitbike klasse tot 10pk      : witte ondergrond met rode cijfers
                             Pitbike klasse + 10pk        : rode ondergrond met witte cijfers

                             FunBike cup                      : witte ondergrond met blauwe cijfers
                             Stage6 cup                        : oranje ondergrond met zwarte cijfers
                             70cc scooter cup               : witte ondergrond  met zwarte cijfers
De minimale afmetingen per startnummer zullen 120mm in hoogte en 65 mm breed zijn.  


23   STICKERS
Voor elke klasse met een klassensponsor geldt het volgende:
stickers dienen te worden aangebracht op de daartoe toegewezen plaatsen door klassensponsor. Vermeld in de specifieke reglementen.

24 VERLICHTING
Afplakken van koplampen,achterlichten en richtingaanwijzers is gewenst.
Richtingaanwijzers op steunen moeten in hun geheel worden verwijderd.

25   KLEDING
De rijder moet geheel leren kleding dragen met een materiaaldikte van minimaal 1,2 mm, (elastieken, ritsen  en beschermers e.d. uitgezonderd) met verstevigingen op schouders, ellebogen, heupen en knieën. De kleding moet ééndelig zijn. Het dragen van een zogenaamde harde rugbeschermer met EC-keur is verplicht.
De rijder moet leren handschoenen dragen met een materiaaldikte van minimaal 1,2 mm. Het te dragen schoeisel moet van leer zijn of van een ander materiaal met dezelfde relevante eigenschappen. 

De schacht moet minimaal 200 mm hoog zijn en goed aansluiten op het pak.
Er mogen geen voorwerpen worden gebruikt om gewicht toe te voegen aan de rijder.

26   HELM
Het dragen van een deugdelijke helm is tijdens het rijden verplicht. Deze dient  te zijn voorzien van een geldig keurmerk (ECE). De helm mag geen breuken of barsten vertonen en moet dus in goede staat verkeren. Een integraalhelm is verplicht en het vizier mag niet zodanig bekrast zijn dat het zicht wordt beïnvloed.

Deze dient voor aanvang van de eerste wedstrijd ter keuring aangeboden te worden bij de tc,en wanneer gedurende het seizoen een nieuwe helm wordt aangeschaft dient deze ook gekeurd te worden.

27   KEURING
Elke rijder moet elk seizoen vóór zijn eerste wedstrijd zijn kleding en helm laten keuren door de Technische Commissie.
Elke rijder moet zijn gebruiksklare machine vóór elke eerste training laten keuren door de Technische Commissie. Machines moeten zonder onderstroomlijn ter keuring worden aangeboden.
Door de TC ter nacontrole aangewezen machines moeten direct na het passeren van de finish bij de TC-ruimte worden ingeleverd.

Ook wanneer een technisch protest is ingediend, moet de betreffende machine direct ter inspectie worden ingeleverd. Dan wordt bepaald wanneer de machine nader wordt geïnspecteerd. Deze inspecties zullen zoveel mogelijk afgezonderd van rijders en publiek plaatsvinden. Aanwezig mogen zijn de rijder en één helper. De machine moet uiterlijk 25 minuten na inlevering inspectiegereed zijn (zonodig met gedemonteerde cilinderkop om het opmeten van boring en slag mogelijk te maken). Het inspectiegereed maken moet gebeuren door de rijder en / of door zijn helper. Kosten die voortkomen uit het inspectiegereed maken, komen voor rekening van de rijder. Maten worden gemeten met de aanwezige instrumenten en zijn bindend.

Vrijwillige metingen zonder sancties zijn altijd mogelijk.

28   DISCUSSIES en PROTESTEN
In zaken waarin het Algemeen Technisch Reglement of de Specifieke Technische Reglementen niet voorzien of waarbij de reglementen discussie oproepen, beslist de wedstrijdleiding.

Protesten moeten worden ingediend bij de wedstrijdleiding. Zie hiervoor artikel 24 van het Wedstrijdreglement.

In gevallen waar dit reglement niet in voorziet beslist de wedstrijdleiding en/of het bestuur van SBO en/of het bestuur van MON.  


Specials - StuntTeam - Media & Promotie - Downloads
ScooterTuning.net V2.0 copyright 2001-2004 Disclaimer