Home Stickers Bestellen Links Dealers Artikelen Meetingfotos Scooterraces/sprints Magazine
Optredens 2004

  • Foto's van de SBO Sprints & Races zijn te vinden via onderstaande link :

    Klik hier



ALGEMEEN


1 TOEPASSINGEN

Dit reglement is van toepassing op de race-evenementen die door SBO (stichting Scooterrace en Bromfietssprint Organisatie) worden georganiseerd onder auspiciën van Vereniging MON (hierna genoemd MON).

ORGANISATIE  
1.1 Bij deelname aan SBO -wedstrijden c.q. bij het aanvaarden van een MON­-startbewijs conformeert een deelnemer zich aan dit reglement. Dit reglement moet worden nageleefd door alle deelnemers en betrokkenen van SBO-wedstrijden.
1.2 Een wedstrijd vindt plaats binnen een door de SBO afgebakend tijdsbestek van één of meerdere dagen. In dit reglement vallen onder het begrip ‘wedstrijd’:
de race, te verrijden over één of meer manches (zie ook artikel 11.1);
de trainingen die voorafgaan aan de race;
alle andere activiteiten die samenhangen met het kunnen verrijden van de trainingen en de race, zoals de technische controle, het verblijf in het rennerskwartier en het verblijf elders op het circuitterrein en in de directe omgeving daarvan.

2: KLASSEN 
2.1 De volgende klassen komen aan de start:

PITBIKE KLASSE TOT 10 PK ( 7.35 KW )
PITBIKE KLASSE + 10 PK ( 7.35 KW )

STAGE6 CUP
70CC SCOOTERCUP

2.2 Het bestuur van de SBO kan besluiten een wedstrijdklasse te beëindigen, maar moet dit bekendmaken vóór de eerste wedstrijd van het seizoen waarin deze klasse voor het laatst aan de start komt.
Indien een klasse gedurende een seizoen minder dan gemiddeld 6 ingeschreven deelnemers per wedstrijd heeft, mag het bestuur besluiten de klasse te beëindigen na afloop van het betreffende seizoen, mits dit besluit vóór 1 november van dat jaar aan de deelnemers bekend wordt gemaakt.


3: TECHNISCH REGLEMENT
3.1 Elke aan een wedstrijd deelnemende machine moet voldoen aan de regels, gesteld in het Technisch Reglement voor SBO - wedstrijden van de MON.
Het al dan niet voldoen aan deze regels kan worden vastgesteld door de jury en/of de technische commissie (zie 3.3).
Dit technisch reglement bestaat uit een Algemeen Technisch Reglement (ATR) en de daarbij behorende Specifieke Technische Reglementen (STR).
Het ATR en de STR geven aan, aan welke eisen de machine, de kleding en de helm moeten voldoen.

3.2 Controle op naleving van het technisch reglement gebeurt ter plaatse door een technische commissie, bestaande uit door de MON aangewezen keurmeesters.
Eén van de keurmeesters draagt de functie van ‘hoofd technische commissie’. Hij fungeert als coördinator en als aanspreekpunt van de technische commissie.
3.3 Elke machine (ook reserve machines) moet voorafgaande aan deelname aan de wedstrijd zijn goedgekeurd door de technische commissie. De technische commissie kan ook op andere momenten tijdens de wedstrijd technische controles uitvoeren.
3.4 Het onttrekken aan de technische controle(s), zoals bedoeld in art. 3.3, of het niet voldoen aan het technisch reglement tijdens de wedstrijd, kan leiden tot diskwalificatie of een andere straf. Het besluit hiertoe wordt genomen door de wedstrijdleiding.
3.5 De deelnemer is altijd zelf verantwoordelijk voor het reglementair zijn van de machine en kan geen rechten ontlenen aan de technische keuring.

4: EINDBESLISSING
4.1 In alle gevallen die zich tijdens de wedstrijd voordoen, waarin dit reglement niet voorziet beslist de wedstrijdleiding.

DEELNAME

5: STARTBEWIJS, VERZEKERINGEN en AANSPRAKELIJKHEID
5.1 Deelnemers moeten in het bezit zijn van een startbewijs van MON die via de SBO kan worden aangevraagd tegen het daarvoor geldende tarief van MON.
5.2 Rijders die in het voorgaande seizoen in het bezit zijn geweest van een startbewijs van MON kunnen tot 1 december met een reductie hun startbewijs van MON aanvragen. Deelnemers die hieraan niet hebben voldaan, zullen het volledige tarief dienen te betalen (niet van toepassing voor nieuwe deelnemers).
5.3 Deelnemers die in het voorgaande seizoen niet in het bezit zijn geweest van een startbewijs van MON (nieuwe deelnemers), kunnen een startbewijs aanvragen uiterlijk één week voor de eerste wedstrijddag waaraan zij willen deelnemen.
5.4 Aan het startbewijs van MON zijn een WA (Wettelijke Aansprakelijkheid) - en een PO (Persoonlijke Ongevallen) verzekering verbonden. De deelnemer is zelf verantwoordelijk voor de benodigde overige verzekeringen (zoals b.v. een ziektekostenuitkering).
5.5 Deelname gebeurt op eigen risico. De deelnemer, mede verantwoordelijk ten opzichte van derden, zal de MON, de SBO, de organisatoren en de officials als ook hun afgevaardigden en werknemers vrijwaren van alle kosten en declaraties, die zijn ontstaan in verband met een claim van derden, en van enige verplichting aan derden, behalve in geval van grove nalatigheid.

6: DEELNEMERS
6.1 De volgende leeftijdsgrenzen gelden:
-
Voor de pitibke klasse tot 10 pk moet de deelnemer op 1 januari in het jaar van deelname de leeftijd van 8 jaar te hebben bereikt en niet ouder zijn dan 64 jaar.
- Voor de pitbike klasse + 10 pk moet de deelnemer op 1 januari in het jaar van deelname de leeftijd van 15 jaar hebben bereikt en niet ouder zijn dan 64 jaar.
 
-
Voor de stage6 cup moet de deelnemer op 1 januari in het jaar van deelname de leeftijd van 14 jaar hebben bereikt en niet ouder zijn dan 64 jaar.
-
Voor de 70cc scootercup moet de deelnemer op 1 januari in het jaar van deelname de leeftijd van 15 jaar hebben bereikt en niet ouder zijn dan 64 jaar.
Het bestuur van de SBO mag in bijzondere gevallen, bijvoorbeeld bij aangetoonde capaciteiten en / of ervaring,voor een deelnemer met een lagere leeftijd dan de hiervoor genoemde,dispensatie vragen aan het hoofdbestuur van MON
6.2 Deelnemers kan gevraagd worden om vóór de eerste wedstrijd waaraan zij deelnemen, een theoretische test af te leggen waarin de kennis van het wedstrijdreglement wordt getoetst, en dienen dan voor deze test een voldoende resultaat te behalen. Dit ter beoordeling van het bestuur van SBO.
6.3 Deelnemers kunnen gedurende het seizoen maar in één klasse deelnemen. Als een deelnemer wil wisselen van klasse, kan dat uitsluitend vóór de 4e wedstrijd op de SBO – kalender van het betreffende seizoen en na toestemming van het bestuur van SBO. De kalender van SBO maakt onderdeel uit van de MON sportkalender.  

In afwijking van deze regel is het wel toegestaan deel te nemen aan de 70 cc scootercup en de metrakit fun cup tezamen tijdens het seizoen.
6.4 De deelnemer zal zich tegenover de andere deelnemers, hun helpers, het publiek, de organisatoren en de wedstrijdofficials gedragen zoals het een goed sporter betaamt. Dit geldt niet alleen tijdens het verrijden van trainingen en race, maar ook op alle andere momenten van de wedstrijddag. Zie ook artikel 21.3.
6.5 De deelnemer is altijd verantwoordelijk voor het gedrag van de bij hem of bij zijn team behorende helpers, en kan ook voor misdragingen van deze personen worden gestraft. Voor misdragingen van helpers van een team kunnen meerdere deelnemers uit dat team worden bestraft.

6.6 Men moet altijd de aanwijzingen van dienstdoende officials opvolgen.

7: PROMOTIEREGELING
7.1 Een deelnemer die zijn maximale toegestane leeftijd behaalt heeft voor zijn klasse op 1 januari van dat kalenderjaar, moet promoveren naar een andere klasse of wordt uitgesloten voor deelname (bij 64 jaar of ouder).
7.2 Een deelnemer die in de stage6 cup op de eerste plaats is geëindigd dient te promoveren naar een andere klasse.

8: INSCHRIJVEN VOOR EEN WEDSTRIJD
8.1 Voor de deelname aan een wedstrijd is inschrijving noodzakelijk. Deze inschrijving vindt plaats op de wedstrijddag.
8.2 Bij aankomst moet de deelnemer zich bij de inschrijving melden, het startbewijs van MON tonen en het inschrijfgeld betalen.
8.3 Het inschrijfgeld per wedstrijd wordt jaarlijks vastgesteld door het bestuur van SBO en wordt aan het begin van het seizoen bekendgemaakt aan de deelnemers.
8.4 De inschrijving sluit in principe bij de aanvang van de eerste training.
Voor een deelnemer die te laat is voor de inschrijving, geldt artikel 13.3, met in achtneming van artikel 11.4.
8.5 Het startnummer wordt vooraf, of ter plaatse bij de inschrijving, aan de deelnemer bekendgemaakt, en is voor een heel seizoen aan klasse en deelnemer gebonden. 8.6 Het is verboden om als deelnemer aan een wedstrijd deel te nemen met een startnummer en/of een transponder, die is toegewezen aan een andere deelnemer. Ook is het voor degene, aan wie een transponder en/of startnummer is toegewezen, verboden iemand anders te laten deelnemen aan een wedstrijd met die transponder/dat startnummer.
8.7 Het bestuur kan een deelnemer die een betalingsachterstand heeft, in wat voor vorm dan ook, voor bestraffing voordragen aan de strafcommissie van MON.
8.8 Het bestuur kan besluiten het aantal uit te geven startnummers voor een klasse, en daarmee dus het aantal deelnemers dat in betreffende klasse mag deelnemen, te binden aan een maximum.

9: MEDISCHE KEURING
9.1 Om in het bezit te komen van een startbewijs is een medische goedkeuring voor motorsport vereist, die tenzij het keuringsbewijs anders vermeld, geldig is voor maximaal 2 jaar (vanaf 36 jaar 1 jaar). Keuringen via een SMI (Sport Medische Instelling) zijn drie jaar geldig.  Ernstige blessures dienen via  het bondsbureau aan de medische commissie te worden gemeld. De bondsarts kan een herkeuring voorschrijven. Er worden uitsluitend sportkeuringformulieren geaccepteerd zoals die worden uitgegeven door MON en de SMI (Sport Medische Instelling)
Voor  rijders van 60 jaar en ouder (bepalend is de leeftijd die men heeft bereikt op 1 januari van het jaar) en is een SMI sportkeuring verplicht. De SMI sportkeuring is voor rijders van 60 jaar slechts 1 jaar geldig.

10: SPONSORING
10.1 Deelnemers die sponsoring ontvangen, mogen bij het bieden van een tegenprestatie aan hun sponsor(s) de belangen van de SBO, de MON en de organisatoren niet schaden.
10.2 Deelnemers moeten de verplichtingen, die de SBO met haar sponsors aangaat en die betrekking hebben op deelnemers en machines, nakomen.

WEDSTRIJDBEPALINGEN

11: ALGEMEEN
11.1 De race wordt in beginsel over twee manches per klasse verreden. Als daar aanleiding toe is kan de wedstrijdleider, in overleg met afgevaardigden van het bestuur en de organisatie, besluiten anders te laten verrijden.
11.2 Afhankelijk van het circuit en het aantal deelnemers per klasse beslist de wedstrijdleider ter plaatse over: het aantal te verrijden ronden c.q. minuten, de grootte van het startveld en het eventueel wijzigen van het wedstrijdschema.
11.3 Als de wedstrijdleider dit nodig acht, kunnen er verschillende klassen in één startveld worden ondergebracht.
11.4 Aan de race mag alleen worden deelgenomen door deelnemers die eerder op de dag of dagen van de wedstrijd aan ten minste één training of kwalificatie hebben deelgenomen. Met een minimum van 3 ronden.
11.5 Elke deelnemer moet, met de machine waarmee aan de wedstrijd wordt deelgenomen, minimaal 5 minuten voor de werkelijke aanvang van de race, dan wel training aanwezig zijn in het parc fermé voor de opstelling. Bij de race te laat komen of zonder de in de vorige zin bedoelde machine verschijnen kan tot gevolg hebben dat de deelnemer achteraan moet starten of helemaal niet mag deelnemen. Dit ter beoordeling van de wedstrijdleiding.
11.6 De deelnemer moet zichzelf op de hoogte stellen van de aan hem toebedeelde startplaats voor de race. De deelnemer moet de juiste startplaats innemen bij de startopstelling.
11.7 In het parc fermé is het gebruik van bandenwarmers toegestaan.

12: GROEPEN
Indien naar het oordeel van de wedstrijdleiding het aantal deelnemers in een klasse een onderverdeling noodzakelijk maakt in een A-, een B- en eventueel een C-groep, zal deze onderverdeling op de volgende manier tot stand komen:
12.1 De groepsindeling tijdens de trainingen vindt plaats op basis van de tussenstand in de competitie van dat moment. De wedstrijdleider mag hiervan afwijken. Voor de eerste wedstrijd van het seizoen wordt gebruikgemaakt van de eindstand in de betreffende klasse van het voorgaande seizoen.
12.2 De groepsindeling voor de race vindt plaats op basis van de beste (= snelste) trainingstijd van een deelnemer, die is behaald tijdens de daartoe aangewezen training(en). Naarmate de beste trainingstijd van een deelnemer sneller is, wordt hij in een snellere groep geplaatst. Als de race bestaat uit meerdere manches, geldt de groepsindeling voor beide manches.
12.3 Als een klasse in meer dan 1 groep traint bij ongelijke omstandigheden die naar oordeel van de wedstrijdleider van invloed zijn op de gehaalde rondetijden, worden groepen afwijkend van art.12.2 ingedeeld. Deelnemers worden in dit geval voor de race ingedeeld in de groep waarin zij volgens artikel 12.1 ook getraind hebben. De trainingstijden zijn wel van toepassing voor het bepalen van de startopstelling (zie artikel 13.1). ??
Indien de groepen voor de training anders zijn ingedeeld dan op basis van de tussenstand, mag de wedstrijdleiding de groepen voor de race op een andere, passende wijze samenstellen. Ook mag hij dan op een andere wijze dan volgens artikel 13.1 de startopstelling bepalen.
12.4 Indien er een andere dan onder 12.3 genoemde aanleiding toe is, kan de wedstrijdleiding van artikel 12.2 afwijken en de groepen indelen op basis van de tussenstand in de competitie van dat moment.


13: STARTOPSTELLING
13.1 De startopstelling vindt plaats op basis van de beste (= snelste) trainingstijd, die is behaald tijdens de daartoe aangewezen training (= tijdtraining). De deelnemer met de snelste trainingstijd komt op de eerste startplaats te staan, degene met de tweede trainingstijd op de tweede startplaats, etc. Voorafgaande aan de wedstrijd wordt door de wedstrijdleider bepaald welke plekken op het circuit voor de startstreep als eerste, tweede, derde, vierde etc. startplaats worden aangemerkt.
13.2 De wedstrijdleider kan besluiten een deelnemer die inschrijft na het sluiten van de inschrijving (zie art. 8.4) ??, achteraan te plaatsen in de groep waarin deze deelnemer is ingedeeld op basis van de trainingstijd (zie art. 12.2).
13.3 Met in achtneming van artikel ??, geldt dat de deelnemer die geen trainingstijd heeft staan, maar wel tenminste aan één training heeft deelgenomen, op een willekeurige plaats achteraan het startveld wordt gezet van, indien van toepassing, de laatste groep. De wedstrijdleider kan besluiten een deelnemer, die behoort tot de eerste tien geplaatsten van de tussenstand en die niet is gekomen tot een trainingstijd, voldoende voor de A-groep (zoals bedoeld in artikel 12) en die daar zelf om vraagt, alsnog in de A-groep te plaatsen. Deze deelnemer krijgt een plaats op basis van de tussenstand gewezen achter aan het veld van de A-groep.
Voor de eerste wedstrijd van het seizoen geldt dat gebruik wordt gemaakt van de eindstand van de betreffende klasse van het voorgaande seizoen.

13.4 Als een race bestaat uit twee manches, is de startopstelling van manche 2 gelijk aan de startopstelling van manche 1.
13.5 Als daar aanleiding toe is, kan de wedstrijdleider van deze regels afwijken door de startopstelling te baseren op de tussenstand in de competitie van dat moment.

14: STARTMETHODE
14.1 Als startmethode wordt de groepsstart met draaiende motor gebruikt, waarbij de deelnemer zich op de machine bevindt.
14.2 Een deelnemer mag pas vertrekken na het vertonen van het startsignaal.
14.3 De startprocedure is als volgt:
A: De deelnemers rijden vanuit het parc fermé per startrij het circuit op en rijden naar hun startplaats; de wedstrijdleider kan besluiten de deelnemers meer dan een volledige ronde te laten rijden alvorens de deelnemers op te stellen op hun startplaats
B: Op de start-finishlijn, waarvoor de startplaatsen zich bevinden, staat de starter/kamprechter met een opgehouden rode vlag. De deelnemers stellen zich op de aan hen toegewezen startplaats op, wat wordt gecontroleerd door een wedstrijdofficial
C: Als het veld is opgesteld en klaar is voor vertrek, geeft de wedstrijdofficial een signaal aan de starter/kamprechter, die daarop de start-finishstreep verlaat.
D: Als gebruik wordt gemaakt van startlichten, wordt het startsignaal als volgt gegeven: het licht gaat op rood en daarna gaat het uit. Vanaf dat moment mogen de deelnemers aan hun wedstrijd beginnen.
E: Als gebruik wordt gemaakt van een vlag: de starter/kamprechter gaat op een voor de deelnemers goed zichtbare plaats staan, steekt een hand omhoog om de deelnemers duidelijk te maken dat het startsignaal binnen enkele seconden volgt, en geeft het startsignaal vervolgens door de vlag van beneden naar boven te bewegen.


15: TUSSENTIJDSE STOP
15.1 De wedstrijd kan tussentijds worden gestopt. Alleen de wedstrijdleider neemt hiertoe de beslissing.
15.2 Als een race voortijdig wordt beëindigd, is de voorlaatste doorkomst bepalend voor de uitslag: Als niet meer dan twee ronden zijn afgelegd, wordt opnieuw gestart met de oorspronkelijke startopstelling; de in deze 1 of 2 ronden behaalde resultaten vervallen; uitgevallen deelnemers mogen opnieuw deelnemen, mits zij daartoe in staat zijn en tijdig aanwezig kunnen zijn.
Als het niet mogelijk is de wedstrijd te herstarten, worden geen punten voor het kampioenschap toegekend
.
Indien meer dan 2 ronden, maar niet meer dan 75% van het geplande aantal ronden zijn afgelegd, wordt de race in twee delen verreden. De startopstelling van het tweede deel wordt gemaakt aan de hand van de stand bij de voorlaatste ronde van het eerste deel van de race. De resultaten van beide delen worden opgeteld, wat de einduitslag van de race oplevert in positie.
Een deelnemer die is uitgevallen in deel 1, mag niet meer deelnemen aan deel 2.
Als het niet mogelijk is de race na deel 1 te herstarten met deel 2, wordt 50% van het gebruikelijke aantal punten voor het kampioenschap toegekend.
Indien de race na het moment van stilleggen niet binnen 20 minuten kan worden herstart met deel 2, mag de wedstrijdleider besluiten deel 2 niet meer te laten verrijden.

Indien meer dan 75% van het geplande aantal ronden is afgelegd, wordt niet opnieuw gestart. De stand van de voorlaatste ronde is tevens de einduitslag.
De wedstrijdleider bepaalt het aantal ronden van de race, dat na de herstart wordt gereden.

15.3 Wanneer op een droge baan wordt gestart en het tijdens de race gaat regenen, kan de race door de wedstrijdleiding worden gestopt. Wanneer de toestand van de baan constant is, dit is ter beoordeling van de wedstrijdleiding, wordt er, met in achtneming van artikel 15.2, zonodig opnieuw gestart.

16: DE WINNAAR EN DE UITSLAG
16.1 Winnaar van een manche of race is de deelnemer die in overeenstemming met de reglementen als eerste de finishlijn passeert.
16.2 De andere deelnemers zullen afgevlagd worden als zij na de winnaar de finishlijn passeren.
16.3 Niet geklasseerd worden die deelnemers die:
A: Meer dan 2 ronden achterstand hebben op de winnaar, als de manche uit maximaal 10 ronden bestaat.
B: Meer dan 3 ronden achterstand hebben op de winnaar, als de manche uit meer dan 10 ronden bestaat.
C: De baan hebben afgesneden of niet op de juiste wijze hebben afgelegd. Dit naar het inzicht van de wedstrijdleiding.
De winnaar mag na te zijn afgevlagd geen rijders inhalen, om te voorkomen dat rijders die nog niet zijn afgevlagd, worden tegengehouden door de rode vlag die bij het naderen van de winnaar wordt uitgestoken voor het parc fermé..
16.4 De uitslag wordt uiterlijk 30 minuten na beëindiging van de laatste race van de dag bekendgemaakt, tenzij er aanleiding toe is de uitslagen later bekend te maken. Dit ter beoordeling van de wedstrijdleiding.

17: KLASSEMENT 
17.1 Per race worden, tellend vanaf de 1e plaats in de A-groep, de volgende punten toegekend: 30,27,25,23,21,19,17,15,13,11,10,9,8,7,6,5,4,3,2,1punt(en)
Deze telling  wordt per manche toegepast voor zowel het dagklassement als het kampioensklassement en is van toepassing op alle klassen.
17.2 De puntentelling loopt van de A-groep door naar de geklasseerde deelnemers in de B-groep. en eventueel de C-groep.
17.3 Als een race wordt verreden over meer dan één manche, wordt op basis van de behaalde resultaten in de manches een dagklassement samengesteld, dat uitsluitend van toepassing is bij de toekenning van de wedstrijdprijzen. Bij een gelijk aantal punten in de manches is de uitslag van de laatste manche beslissend.Voor elke klasse wordt een totaalklassement over alle tellende wedstrijden van het seizoen opgemaakt.
17.4 Naast het seizoensklassement per ingestelde klasse kan er ook een merken/typeklassement worden bijgehouden.
17.5 Als deelnemers in het eindklassement eindigen met een gelijk aantal punten, geldt het volgende voor het bepalen van de hoogste klassering:
1. het aantal eerste plaatsen
2. het aantal tweede plaatsen
3. het aantal derde plaatsen
4. de klassering in de laatste manche


18: PRIJZEN
18.1 Op basis van de resultaten van een wedstrijd wordt een wedstrijdklassement opgemaakt. In elke klasse wordt voor de eerste drie geëindigde deelnemers in het wedstrijdklassement een prijs beschikbaar gesteld, mits er meer dan 6 deelnemers in deze klasse zijn gestart.
18.2 Prijzen worden uitgereikt aan het einde van de wedstrijd en moeten op dat moment door de prijswinnaars persoonlijk (of een plaatsvervanger) in ontvangst worden genomen.
18.3 Als niet wordt voldaan aan art 18.2, kan geen aanspraak meer worden gemaakt op deze prijzen.

19: GEDRAG OP DE BAAN
19.1 Het is de deelnemers verboden oneerlijke, ongeoorloofde of gevaarlijke manoeuvres uit te voeren of dusdanig rijgedrag te vertonen dat andere deelnemers, officials, publiek of andere personen in gevaar worden gebracht of kunnen worden gebracht.
19.2 Deelnemers mogen elkaar bij het passeren niet hinderen.
19.3 Het op de baan stilstaan of tegen de rijrichting inrijden is STRENG VERBODEN.
19.4 Bij pech of na een ongeval moet men de machine op een veilige plaats langs de baan zetten en daarbij de aanwijzingen van de baancommissarissen en/of officials opvolgen.
19.5 Helpers mogen niet op de startplaats aanwezig zijn. Tijdens de race en training mag uitsluitend in de pitstraat of daarvoor aangewezen ruimte: een deelnemer geassisteerd worden en aan de machine gesleuteld worden en de machine van brandstof worden voorzien. Het tanken mag alleen gebeuren met uitgeschakelde motor, met de rijder staande naast de machine.
19.6 Buiten de training of race om mogen alleen in het rennerskwartier reparaties en aanpassingen worden uitgevoerd.
19.7 Het is verboden het circuit te verlaten via een andere route dan via de daartoe aangewezen uitgang.
19.8 Afgevlagde deelnemers moeten snelheid verminderen.
19.9 burn-outs zijn verboden, zowel op de baan als op de rest van het wedstrijdterrein, inclusief het rennerskwartier.

20: VLAGGENCODES
20.1 Vlaggencodes:
oranje of Nederlandse vlag of startlicht (uitsluitend getoond bij start-finish): startsignaal.
zwartwit geblokte vlag (uitsluitend getoond bij start-finish): einde race of training.
gele vlag: stilgehouden: gevaar, passeren verboden.
gele vlag: gezwaaid: groot gevaar, passeren verboden, snelheid minderen en aanwijzingen van baancommissarissen opvolgen.
geel/rood gestreepte vlag: olie op de baan of slipgevaar door andere oorzaak, opletten en aanwijzingen van de baancommissarissen opvolgen
geel/rood gestreepte vlag,: als getoond bij start-finish: de baan kan door veranderende weersomstandigheden geheel of plaatselijk gladder zijn dan voorheen
rode vlag (getoond bij start-finish): de race of training wordt voortijdig gestopt; rijd stapvoets zonder inhalen verder en stop bij de uitgang van het circuit
rode vlag getoond door baanofficial die op of nabij baan staat: de baan niet verder vervolgen en de aanwijzingen van de official opvolgen (veelal ter plekke stoppen of de baan verlaten)
zwarte vlag: door de wedstrijdleider getoond aan één deelnemer, eventueel in combinatie met een corresponderend startnummer op een bord: de betreffende deelnemer moet stoppen in de pits of, als deze afwezig is, bij de uitgang van het circuit. Hier krijgt de deelnemer een toelichting op het besluit van de wedstrijdleider.
groene vlag (getoond bij start-finish in eerste ronde van de race en bij een volledig te verrijden opwarmronde): baan vrij
blauwe vlag: waarschuwt deelnemers dat zij aanstonds op één of meer ronden achterstand zullen worden gezet.
20.2 Sancties bij negeren vlaggencodes:
De deelnemer MOET op de hoogte zijn van de vlaggencodes en zich er naar gedragen. Dit geldt tevens voor de aanwijzingen van de officials. Als een aanwijzing niet volledig wordt begrepen, moet de deelnemer zijn machine op een veilige plaats en wijze langs de baan stoppen en op nadere instructies wachten.

21: RENNERSKWARTIER
21.1 In het rennerskwartier mag niet worden gereden met uitzondering van aan- en afvoerverkeer.
21.2 Het is de deelnemer streng verboden op de wedstrijddag in de kantine en in het rennerskwartier alcohol (hieronder vallen ook zwakalcoholische dranken) of andere drogerende middelen tot zich te nemen.
21.3 Het gedrag in het rennerskwartier moet gebaseerd zijn op onderling respect. In het bijzonder geldt: stilte vanaf 22.00 uur tot 7.00 uur de volgende dag, het terrein schoon achterlaten, rekening houden met omwonenden.

22: MILIEUBESCHERMING
22.1 Het milieu op en rondom het circuitterrein moet worden gevrijwaard van vervuiling en hinder.
Deelnemers en helpers moeten er voor zorgen dat:

Brandstof, smeermiddelen, ontvettings-, reinigings- en oplosmiddelen, remvloeistof en andere voor het milieu schadelijke middelen niet in de bodem terecht komen en/of in de lucht kunnen verdampen. Het gebruik van de door MON goedgekeurde milieumat is verplicht.
Geluidsinstallaties op de juiste manier worden gebruikt zodat geluidshinder wordt voorkomen. Afvalstoffen op de voorgeschreven wijze worden gedeponeerd.
De geluidsnorm uit het Technisch Reglement niet wordt overschreden door b.v. een machine zonder uitlaat c.q. zonder demping te laten draaien.

23: STRAFFEN
23.1 Deelnemers moeten zich houden aan het technische en wedstrijdreglement SBO van de MON die gelden voor het jaar waarin de wedstrijd plaatsvindt. Houdt een deelnemer zich niet aan deze reglementen of verricht een deelnemer op een andere manier handelingen tijdens, vóór of na de wedstrijd waardoor de belangen van de MON en SBO en haar medewerkers worden geschaad, dan kan bestraffing het gevolg zijn.
Beroep kan alleen schriftelijk worden ingesteld bij het Hoofdbestuur door partijen betrokken bij het protest.
De termijn voor schriftelijke indienen van een beroep voor deelnemers is gesteld op 14 dagen na dagtekening van het schrijven waarin de straf is bekendgemaakt en uitsluitend met gebruikmaking van het doorvoor bestemde verweerschrift, ondertekend door het verenigingssecretariaat.
Indien beroep is ingesteld dan heeft dit geen schorsende werking van de straf tenzij op verzoek van de indiener het Hoofdbestuur anders mocht beslissen.


24: PROTE
STEN
Protesten betreffende gedragingen van collega coureurs tijdens de wedstrijd dienen door de benadeelde deelnemer zelf worden ingediend. Protesten  op technisch gebied dienen te worden ingediend met
de hiervoor vastgestelde borgsom van € 50,-. Protesten moeten schriftelijk met een officieel formulier- verkrijgbaar bij de wedstrijdleiding op de wedstrijddag worden ingediend tot maximaal 30 minuten na afloop van de laatst verreden manche( hier valt een eventuele endurance of demo niet onder ).
Protest indienen is voorbehouden aan: deelnemers, MON-officials en bestuurders van de organiserende vereniging.
Voor minderjarigen dienen protesten te worden ingediend door ouder of voogd.
Protesten tegen cilinderinhoud en op technische gebied dienen te worden ingediend met een borgsom van:€ 70,00 per geval voor tweetaktmotoren; € 115,00 per geval voor viertaktmotoren.
Het niet voldoen aan genoemde formaliteiten m.b.t protesten leidt niet automatisch tot niet-ontvankelijkheid van het protest.
De Strafcommissie is vrij ook protesten te behandelen die niet voldoen aan alle formele vereisten een en ander ter beoordeling van de Strafcommissie.
Protesten dienen uiterlijk 14 dagen na het voorval te zijn ingediend.
Ingediende protesten kunnen niet meer ingetrokken worden, en dienen ten allen tijden door de Strafcommissie behandeld te worden.
Het losmaken van de cilinderkop dient door of in het bijzijn van de deelnemer plaats te vinden onder toezicht van een door beide partijen te aanvaarden deskundige op de dag van de wedstrijd na de laatste manche.
Blijkt na opmeting dat het protest ongegrond is dan wordt de borgsom van € 70,00 of € 115,00 aan de bezitter van de machine uitgekeerd; in het andere geval wordt de borgsom gerestitueerd. Medewerking weigeren leidt automatisch tot toewijzing van het protest.
Op constatering van overschrijding van de cilinderinhoud volgt diskwalificatie.
Voor toegestane cilinderinhoud zie technisch reglement.


25: ORGANEN EN FUNCTIONARISSEN DIE STRAFFEN KUNNEN OPLEGGEN 
Straffen worden opgelegd door de Strafcommissie van MON en/of het bestuur van SBO. Straffen opgelegd door het bestuur van SBO worden binnen redelijke grenzen door vereniging MON gerespecteerd.

Indien men bezwaar heeft tegen de door de Strafcommissie en /of het bestuur van SBO opgelegde straf kan men daar uitsluitend schriftelijk beroep tegen instellen bij het bestuur van MON.
Dit kan alleen met gebruikmaking van het daarvoor bestemde verweerschrift, ondertekend door het verenigingssecretariaat binnen 14 dagen na dagtekening van het schrijven waarin de straf is bekendgemaakt.
Indien men beroep heeft aangetekend dan heeft dit geen opschortende werking van de opgelegde straf, tenzij op verzoek van de indiener het hoofdbestuur van de MON anders mocht beslissen
Over uitsluiting van deelname op de dag van de wedstrijd beslist de wedstrijdleiding en/of het bestuur van SBO
Op gelegde straffen gelden in principe voor alle MON wedstrijden en alle klassen mits niet uitdrukkelijk anders vermeld.
Straffen gaan in op door de Strafcommissie en/of bestuur van SBO vastgestelde datum.

In gevallen waar dit reglement niet in voorziet beslist de wedstrijdleiding en/of het bestuur van SBO en/of het bestuur van MON.  


Specials - StuntTeam - Media & Promotie - Downloads
ScooterTuning.net V2.0 copyright 2001-2004 Disclaimer