|

|
|
ALGEMEEN
1
TOEPASSINGEN
Dit reglement is van
toepassing op de race-evenementen die door SBO (stichting
Scooterrace en Bromfietssprint Organisatie) worden georganiseerd
onder auspiciën van Vereniging MON (hierna genoemd MON).
ORGANISATIE
1.1 Bij deelname
aan SBO -wedstrijden c.q. bij het aanvaarden van een MON-startbewijs
conformeert een deelnemer zich aan dit reglement.
Dit reglement moet worden nageleefd door alle deelnemers en
betrokkenen van SBO-wedstrijden.
1.2 Een wedstrijd
vindt plaats binnen een door de SBO afgebakend tijdsbestek van
één of meerdere dagen. In dit reglement vallen onder het begrip
‘wedstrijd’:
de race, te
verrijden over één of meer manches (zie ook artikel 11.1);
de trainingen die
voorafgaan aan de race;
alle andere
activiteiten die samenhangen met het kunnen verrijden van de
trainingen en de race, zoals de technische controle, het verblijf
in het rennerskwartier en het verblijf elders op het
circuitterrein en in de directe omgeving daarvan.
2: KLASSEN
2.1 De volgende
klassen komen aan de start:
PITBIKE KLASSE TOT 10 PK ( 7.35 KW )
PITBIKE KLASSE + 10 PK ( 7.35 KW )
STAGE6 CUP
70CC SCOOTERCUP
2.2 Het bestuur
van de SBO kan besluiten een wedstrijdklasse te beëindigen, maar
moet dit bekendmaken vóór de eerste wedstrijd van het seizoen
waarin deze klasse voor het laatst aan de start komt.
Indien een klasse gedurende een seizoen minder dan gemiddeld 6
ingeschreven deelnemers per wedstrijd heeft, mag het bestuur
besluiten de klasse te beëindigen na afloop van het betreffende
seizoen, mits dit besluit vóór 1 november van dat jaar aan de
deelnemers bekend wordt gemaakt.
3: TECHNISCH
REGLEMENT
3.1 Elke aan een
wedstrijd deelnemende machine moet voldoen aan de regels, gesteld
in het Technisch Reglement voor SBO - wedstrijden van de MON.
Het al dan niet
voldoen aan deze regels kan worden vastgesteld door de jury en/of
de technische commissie (zie 3.3).
Dit technisch
reglement bestaat uit een Algemeen Technisch Reglement (ATR) en de
daarbij behorende Specifieke Technische Reglementen (STR).
Het ATR en de STR geven aan, aan welke eisen de machine, de
kleding en de helm moeten voldoen.
3.2 Controle op
naleving van het technisch reglement gebeurt ter plaatse door een
technische commissie, bestaande uit door de MON aangewezen
keurmeesters.
Eén van de
keurmeesters draagt de functie van ‘hoofd technische
commissie’. Hij fungeert als coördinator en als aanspreekpunt
van de technische commissie.
3.3 Elke machine
(ook reserve machines) moet voorafgaande aan deelname aan de wedstrijd zijn goedgekeurd
door de technische commissie. De technische commissie kan ook op
andere momenten tijdens de wedstrijd technische controles
uitvoeren.
3.4 Het onttrekken
aan de technische controle(s), zoals bedoeld in art. 3.3, of het
niet voldoen aan het technisch reglement tijdens de wedstrijd, kan
leiden tot diskwalificatie of een andere straf. Het besluit
hiertoe wordt genomen door de wedstrijdleiding.
3.5 De deelnemer
is altijd zelf verantwoordelijk voor het reglementair zijn van de
machine en kan geen rechten ontlenen aan de technische keuring.
4:
EINDBESLISSING
4.1 In alle
gevallen die zich tijdens de wedstrijd voordoen, waarin dit
reglement niet voorziet beslist de wedstrijdleiding.
DEELNAME
5: STARTBEWIJS,
VERZEKERINGEN en AANSPRAKELIJKHEID
5.1 Deelnemers
moeten in het bezit zijn van een startbewijs van MON die via de
SBO kan worden aangevraagd tegen het daarvoor geldende tarief van
MON.
5.2 Rijders die in
het voorgaande seizoen in het bezit zijn geweest van een
startbewijs van MON kunnen tot 1 december met een reductie hun
startbewijs van MON aanvragen. Deelnemers die hieraan niet hebben
voldaan, zullen het volledige tarief dienen te betalen (niet van
toepassing voor nieuwe deelnemers).
5.3 Deelnemers die
in het voorgaande seizoen niet in het bezit zijn geweest van een
startbewijs van MON (nieuwe deelnemers), kunnen een startbewijs
aanvragen uiterlijk één week voor de eerste wedstrijddag waaraan
zij willen deelnemen.
5.4 Aan het
startbewijs van MON zijn een WA (Wettelijke Aansprakelijkheid) -
en een PO (Persoonlijke Ongevallen) verzekering verbonden. De
deelnemer is zelf verantwoordelijk voor de benodigde overige
verzekeringen (zoals b.v. een ziektekostenuitkering).
5.5 Deelname
gebeurt op eigen risico. De deelnemer, mede verantwoordelijk ten
opzichte van derden, zal de MON, de SBO, de organisatoren en de
officials als ook hun afgevaardigden en werknemers vrijwaren van
alle kosten en declaraties, die zijn ontstaan in verband met een
claim van derden, en van enige verplichting aan derden, behalve in
geval van grove nalatigheid.
6: DEELNEMERS
6.1 De volgende
leeftijdsgrenzen gelden:
- Voor
de pitibke klasse tot 10 pk moet de deelnemer op 1 januari in het jaar
van deelname de leeftijd van 8 jaar te hebben bereikt en niet
ouder zijn dan 64 jaar.
- Voor
de pitbike klasse + 10 pk moet de deelnemer op 1 januari in het jaar van
deelname de leeftijd van 15 jaar hebben bereikt en niet ouder zijn
dan 64 jaar.
- Voor de stage6
cup moet de deelnemer op 1 januari in het jaar van deelname de
leeftijd van 14 jaar hebben bereikt en niet ouder zijn dan 64
jaar.
-
Voor de 70cc
scootercup moet de deelnemer op 1 januari in het jaar van deelname
de leeftijd van 15 jaar hebben bereikt en niet ouder zijn dan 64
jaar.
Het bestuur van de
SBO mag in bijzondere gevallen, bijvoorbeeld bij aangetoonde
capaciteiten en / of ervaring,voor een deelnemer met een lagere
leeftijd dan de hiervoor genoemde,dispensatie vragen aan het
hoofdbestuur van MON
6.2 Deelnemers kan
gevraagd worden om vóór de eerste wedstrijd waaraan zij
deelnemen, een theoretische test af te leggen waarin de kennis van
het wedstrijdreglement wordt getoetst, en dienen dan voor deze
test een voldoende resultaat te behalen. Dit ter beoordeling van
het bestuur van SBO.
6.3 Deelnemers kunnen gedurende het seizoen maar in één klasse
deelnemen. Als een deelnemer wil wisselen van klasse, kan dat
uitsluitend vóór de 4e wedstrijd op de SBO – kalender van het
betreffende seizoen en na toestemming van het bestuur van SBO. De
kalender van SBO maakt onderdeel uit van de MON sportkalender.
In afwijking van
deze regel is het wel toegestaan deel te nemen aan de 70 cc
scootercup en de metrakit fun cup tezamen tijdens het seizoen.
6.4 De deelnemer
zal zich tegenover de andere deelnemers, hun helpers, het publiek,
de organisatoren en de wedstrijdofficials gedragen zoals het een
goed sporter betaamt. Dit geldt niet alleen tijdens het verrijden
van trainingen en race, maar ook op alle andere momenten van de
wedstrijddag. Zie ook artikel 21.3.
6.5 De deelnemer is altijd verantwoordelijk voor het gedrag van de
bij hem of bij zijn team behorende helpers, en kan ook voor
misdragingen van deze personen worden gestraft. Voor misdragingen
van helpers van een team kunnen meerdere deelnemers uit dat team
worden bestraft.
6.6 Men moet
altijd de aanwijzingen van dienstdoende officials opvolgen.
7:
PROMOTIEREGELING
7.1 Een deelnemer
die zijn maximale toegestane leeftijd behaalt heeft voor zijn
klasse op 1 januari van dat kalenderjaar, moet promoveren naar een
andere klasse of wordt uitgesloten voor deelname (bij 64 jaar of
ouder).
7.2 Een deelnemer
die in de stage6 cup op de eerste plaats is geëindigd dient te
promoveren naar een andere klasse.
8:
INSCHRIJVEN VOOR EEN WEDSTRIJD
8.1 Voor de
deelname aan een wedstrijd is inschrijving noodzakelijk. Deze
inschrijving vindt plaats op de wedstrijddag.
8.2 Bij aankomst
moet de deelnemer zich bij de inschrijving melden, het startbewijs
van MON tonen en het inschrijfgeld betalen.
8.3 Het
inschrijfgeld per wedstrijd wordt jaarlijks vastgesteld door het
bestuur van SBO en wordt aan het begin van het seizoen
bekendgemaakt aan de deelnemers.
8.4 De
inschrijving sluit in principe bij de aanvang van de eerste
training.
Voor een deelnemer
die te laat is voor de inschrijving, geldt artikel 13.3, met in
achtneming van artikel 11.4.
8.5 Het
startnummer wordt vooraf, of ter plaatse bij de inschrijving, aan
de deelnemer bekendgemaakt, en is voor een heel seizoen aan klasse
en deelnemer gebonden. 8.6 Het is verboden om als deelnemer aan
een wedstrijd deel te nemen met een startnummer en/of een
transponder, die is toegewezen aan een andere deelnemer. Ook is
het voor degene, aan wie een transponder en/of startnummer is
toegewezen, verboden iemand anders te laten deelnemen aan een
wedstrijd met die transponder/dat startnummer.
8.7 Het bestuur
kan een deelnemer die een betalingsachterstand heeft, in wat voor
vorm dan ook, voor bestraffing voordragen aan de strafcommissie
van MON.
8.8 Het bestuur
kan besluiten het aantal uit te geven startnummers voor een
klasse, en daarmee dus het aantal deelnemers dat in betreffende
klasse mag deelnemen, te binden aan een maximum.
9: MEDISCHE
KEURING
9.1 Om in het
bezit te komen van een startbewijs is een medische goedkeuring
voor motorsport vereist, die tenzij het keuringsbewijs anders
vermeld, geldig is voor maximaal 2 jaar (vanaf 36 jaar 1 jaar).
Keuringen via een SMI (Sport Medische Instelling) zijn drie jaar
geldig. Ernstige
blessures dienen via het
bondsbureau aan de medische commissie te worden gemeld. De
bondsarts kan een herkeuring voorschrijven. Er worden uitsluitend
sportkeuringformulieren geaccepteerd zoals die worden uitgegeven
door MON en de SMI (Sport Medische Instelling)
Voor
rijders van 60 jaar en ouder (bepalend is de leeftijd die
men heeft bereikt op 1 januari van het jaar) en is een SMI
sportkeuring verplicht. De
SMI sportkeuring is voor rijders van 60 jaar slechts 1 jaar
geldig.
10: SPONSORING
10.1 Deelnemers
die sponsoring ontvangen, mogen bij het bieden van een
tegenprestatie aan hun sponsor(s) de belangen van de SBO, de MON
en de organisatoren niet schaden.
10.2 Deelnemers
moeten de verplichtingen, die de SBO met haar sponsors aangaat en
die betrekking hebben op deelnemers en machines, nakomen.
WEDSTRIJDBEPALINGEN
11: ALGEMEEN
11.1 De race wordt
in beginsel over twee manches per klasse verreden. Als daar
aanleiding toe is kan de wedstrijdleider, in overleg met
afgevaardigden van het bestuur en de organisatie, besluiten anders
te laten verrijden.
11.2 Afhankelijk
van het circuit en het aantal deelnemers per klasse beslist de
wedstrijdleider ter plaatse over: het aantal te verrijden ronden
c.q. minuten, de grootte van het startveld en het eventueel
wijzigen van het wedstrijdschema.
11.3 Als de
wedstrijdleider dit nodig acht, kunnen er verschillende klassen in
één startveld worden ondergebracht.
11.4 Aan de race
mag alleen worden deelgenomen door deelnemers die eerder op de dag
of dagen van de wedstrijd aan ten minste één training of kwalificatie hebben
deelgenomen. Met een minimum van 3 ronden.
11.5 Elke
deelnemer moet, met de machine waarmee aan de wedstrijd wordt
deelgenomen, minimaal 5 minuten voor de werkelijke aanvang van de
race, dan wel training aanwezig zijn in het parc fermé voor de
opstelling. Bij de race te laat komen of zonder de in de vorige
zin bedoelde machine verschijnen kan tot gevolg hebben dat de
deelnemer achteraan moet starten of helemaal niet mag deelnemen.
Dit ter beoordeling van de wedstrijdleiding.
11.6 De deelnemer
moet zichzelf op de hoogte stellen van de aan hem toebedeelde
startplaats voor de race. De deelnemer moet de juiste startplaats
innemen bij de startopstelling.
11.7 In het parc
fermé is het gebruik van bandenwarmers toegestaan.
12: GROEPEN
Indien naar het
oordeel van de wedstrijdleiding het aantal deelnemers in een
klasse een onderverdeling noodzakelijk maakt in een A-, een B- en
eventueel een C-groep, zal deze onderverdeling op de volgende
manier tot stand komen:
12.1 De
groepsindeling tijdens de trainingen vindt plaats op basis van de
tussenstand in de competitie van dat moment. De wedstrijdleider
mag hiervan afwijken. Voor de eerste wedstrijd van het seizoen
wordt gebruikgemaakt van de eindstand in de betreffende klasse van
het voorgaande seizoen.
12.2 De
groepsindeling voor de race vindt plaats op basis van de beste (=
snelste) trainingstijd van een deelnemer, die is behaald tijdens
de daartoe aangewezen training(en). Naarmate de beste
trainingstijd van een deelnemer sneller is, wordt hij in een
snellere groep geplaatst. Als de race bestaat uit meerdere
manches, geldt de groepsindeling voor beide manches.
12.3 Als een
klasse in meer dan 1 groep traint bij ongelijke omstandigheden die
naar oordeel van de wedstrijdleider van invloed zijn op de
gehaalde rondetijden, worden groepen afwijkend van art.12.2
ingedeeld. Deelnemers worden in dit geval voor de race ingedeeld
in de groep waarin zij volgens artikel 12.1 ook getraind hebben.
De trainingstijden zijn wel van toepassing voor het bepalen van de
startopstelling (zie artikel 13.1). ??
Indien de groepen voor de training anders zijn ingedeeld dan op
basis van de tussenstand, mag de wedstrijdleiding de groepen voor
de race op een andere, passende wijze samenstellen. Ook mag hij
dan op een andere wijze dan volgens artikel 13.1 de
startopstelling bepalen.
12.4 Indien er een andere dan onder 12.3 genoemde aanleiding toe
is, kan de wedstrijdleiding van artikel 12.2 afwijken en de
groepen indelen op basis van de tussenstand in de competitie van
dat moment.
13:
STARTOPSTELLING
13.1 De
startopstelling vindt plaats op basis van de beste (= snelste)
trainingstijd, die is behaald tijdens de daartoe aangewezen
training (= tijdtraining). De deelnemer met de snelste
trainingstijd komt op de eerste startplaats te staan, degene met
de tweede trainingstijd op de tweede startplaats, etc.
Voorafgaande aan de wedstrijd wordt door de wedstrijdleider
bepaald welke plekken op het circuit voor de startstreep als
eerste, tweede, derde, vierde etc. startplaats worden aangemerkt.
13.2 De
wedstrijdleider kan besluiten een deelnemer die inschrijft na het
sluiten van de inschrijving (zie art. 8.4) ??, achteraan te
plaatsen in de groep waarin deze deelnemer is ingedeeld op basis
van de trainingstijd (zie art. 12.2).
13.3 Met in
achtneming van artikel ??, geldt dat de deelnemer die geen
trainingstijd heeft staan, maar wel tenminste aan één training
heeft deelgenomen, op een willekeurige plaats achteraan het
startveld wordt gezet van, indien van toepassing, de laatste
groep. De wedstrijdleider kan besluiten een deelnemer, die behoort
tot de eerste tien geplaatsten van de tussenstand en die niet is
gekomen tot een trainingstijd, voldoende voor de A-groep (zoals
bedoeld in artikel 12) en die daar zelf om vraagt, alsnog in de
A-groep te plaatsen. Deze deelnemer krijgt een plaats op basis van
de tussenstand gewezen achter aan het veld van de A-groep.
Voor de eerste wedstrijd van het seizoen geldt dat gebruik wordt
gemaakt van de eindstand van de betreffende klasse van het
voorgaande seizoen.
13.4 Als een race
bestaat uit twee manches, is de startopstelling van manche 2
gelijk aan de startopstelling van manche 1.
13.5 Als daar
aanleiding toe is, kan de wedstrijdleider van deze regels afwijken
door de startopstelling te baseren op de tussenstand in de
competitie van dat moment.
14:
STARTMETHODE
14.1 Als
startmethode wordt de groepsstart met draaiende motor gebruikt,
waarbij de deelnemer zich op de machine bevindt.
14.2 Een deelnemer
mag pas vertrekken na het vertonen van het startsignaal.
14.3 De
startprocedure is als volgt:
A: De deelnemers rijden vanuit het parc fermé per startrij het
circuit op en rijden naar hun startplaats; de wedstrijdleider kan
besluiten de deelnemers meer dan een volledige ronde te laten
rijden alvorens de deelnemers op te stellen op hun startplaats
B: Op de start-finishlijn, waarvoor de startplaatsen zich
bevinden, staat de starter/kamprechter met een opgehouden rode
vlag. De deelnemers stellen zich op de aan hen toegewezen
startplaats op, wat wordt gecontroleerd door een wedstrijdofficial
C: Als het veld is opgesteld en klaar is voor vertrek, geeft de
wedstrijdofficial een signaal aan de starter/kamprechter, die
daarop de start-finishstreep verlaat.
D: Als gebruik wordt gemaakt van startlichten, wordt het
startsignaal als volgt gegeven: het licht gaat op rood en daarna
gaat het uit. Vanaf dat moment mogen de deelnemers aan hun
wedstrijd beginnen.
E: Als gebruik wordt gemaakt van een vlag: de starter/kamprechter
gaat op een voor de deelnemers goed zichtbare plaats staan, steekt
een hand omhoog om de deelnemers duidelijk te maken dat het
startsignaal binnen enkele seconden volgt, en geeft het
startsignaal vervolgens door de vlag van beneden naar boven te
bewegen.
15:
TUSSENTIJDSE STOP
15.1 De wedstrijd
kan tussentijds worden gestopt. Alleen de wedstrijdleider neemt
hiertoe de beslissing.
15.2 Als een race
voortijdig wordt beëindigd, is de voorlaatste doorkomst bepalend
voor de uitslag: Als
niet meer dan twee ronden zijn afgelegd, wordt opnieuw gestart met
de oorspronkelijke startopstelling; de in deze 1 of 2 ronden
behaalde resultaten vervallen; uitgevallen deelnemers mogen
opnieuw deelnemen, mits zij daartoe in staat zijn en tijdig
aanwezig kunnen zijn.
Als het niet mogelijk is de wedstrijd te herstarten, worden geen
punten voor het kampioenschap toegekend.
Indien meer dan 2
ronden, maar niet meer dan 75% van het geplande aantal ronden zijn
afgelegd, wordt de race in twee delen verreden. De startopstelling
van het tweede deel wordt gemaakt aan de hand van de stand bij de
voorlaatste ronde van het eerste deel van de race. De resultaten
van beide delen worden opgeteld, wat de einduitslag van de race
oplevert in positie.
Een deelnemer die is uitgevallen in deel 1, mag niet meer
deelnemen aan deel 2.
Als het niet mogelijk is de race na deel 1 te herstarten met deel
2, wordt 50% van het gebruikelijke aantal punten voor het
kampioenschap toegekend.
Indien de race na het moment van stilleggen niet binnen 20 minuten
kan worden herstart met deel 2, mag de wedstrijdleider besluiten
deel 2 niet meer te laten verrijden.
Indien meer dan
75% van het geplande aantal ronden is afgelegd, wordt niet opnieuw
gestart. De stand van de voorlaatste ronde is tevens de
einduitslag.
De wedstrijdleider bepaalt het aantal ronden van de race, dat na
de herstart wordt gereden.
15.3 Wanneer op
een droge baan wordt gestart en het tijdens de race gaat regenen,
kan de race door de wedstrijdleiding worden gestopt. Wanneer de
toestand van de baan constant is, dit is ter beoordeling van de
wedstrijdleiding, wordt er, met in achtneming van artikel 15.2,
zonodig opnieuw gestart.
16: DE WINNAAR
EN DE UITSLAG
16.1 Winnaar van
een manche of race is de deelnemer die in overeenstemming met de
reglementen als eerste de finishlijn passeert.
16.2 De andere
deelnemers zullen afgevlagd worden als zij na de winnaar de
finishlijn passeren.
16.3 Niet
geklasseerd worden die deelnemers die:
A: Meer dan 2
ronden achterstand hebben op de winnaar, als de manche uit
maximaal 10 ronden bestaat.
B: Meer dan 3
ronden achterstand hebben op de winnaar, als de manche uit meer
dan 10 ronden bestaat.
C: De baan hebben
afgesneden of niet op de juiste wijze hebben afgelegd. Dit naar
het inzicht van de wedstrijdleiding.
De winnaar mag na
te zijn afgevlagd geen rijders inhalen, om te voorkomen dat
rijders die nog niet zijn afgevlagd, worden tegengehouden door de
rode vlag die bij het naderen van de winnaar wordt uitgestoken
voor het parc fermé..
16.4 De uitslag
wordt uiterlijk 30 minuten na beëindiging van de laatste race van
de dag bekendgemaakt, tenzij er aanleiding toe is de uitslagen
later bekend te maken. Dit ter beoordeling van de
wedstrijdleiding.
17: KLASSEMENT
17.1 Per race
worden, tellend vanaf de 1e plaats in de A-groep, de volgende
punten toegekend:
30,27,25,23,21,19,17,15,13,11,10,9,8,7,6,5,4,3,2,1punt(en)
Deze telling
wordt per manche toegepast voor zowel het dagklassement als
het kampioensklassement en is van toepassing op alle klassen.
17.2 De
puntentelling loopt van de A-groep door naar de geklasseerde
deelnemers in de B-groep. en eventueel de C-groep.
17.3 Als een race
wordt verreden over meer dan één manche, wordt op basis van de
behaalde resultaten in de manches een dagklassement samengesteld,
dat uitsluitend van toepassing is bij de toekenning van de
wedstrijdprijzen. Bij een gelijk aantal punten in de manches is de
uitslag van de laatste manche beslissend.Voor elke klasse wordt
een totaalklassement over alle tellende wedstrijden van het
seizoen opgemaakt.
17.4 Naast het
seizoensklassement per ingestelde klasse kan er ook een
merken/typeklassement worden bijgehouden.
17.5 Als
deelnemers in het eindklassement eindigen met een gelijk aantal
punten, geldt het volgende voor het bepalen van de hoogste
klassering:
1. het aantal eerste plaatsen
2. het aantal tweede plaatsen
3. het aantal derde plaatsen
4. de klassering in de laatste manche
18: PRIJZEN
18.1 Op basis van
de resultaten van een wedstrijd wordt een wedstrijdklassement
opgemaakt. In elke klasse wordt voor de eerste drie geëindigde
deelnemers in het wedstrijdklassement een prijs beschikbaar
gesteld, mits er meer dan 6 deelnemers in deze klasse zijn
gestart.
18.2 Prijzen
worden uitgereikt aan het einde van de wedstrijd en moeten op dat
moment door de prijswinnaars persoonlijk (of een plaatsvervanger) in ontvangst worden
genomen.
18.3 Als niet
wordt voldaan aan art 18.2, kan geen aanspraak meer worden gemaakt
op deze prijzen.
19: GEDRAG OP
DE BAAN
19.1 Het is de
deelnemers verboden oneerlijke, ongeoorloofde of gevaarlijke
manoeuvres uit te voeren of dusdanig rijgedrag te vertonen dat
andere deelnemers, officials, publiek of andere personen in gevaar
worden gebracht of kunnen worden gebracht.
19.2 Deelnemers
mogen elkaar bij het passeren niet hinderen.
19.3 Het op de
baan stilstaan of tegen de rijrichting inrijden is STRENG
VERBODEN.
19.4 Bij pech of
na een ongeval moet men de machine op een veilige plaats langs de
baan zetten en daarbij de aanwijzingen van de baancommissarissen
en/of officials opvolgen.
19.5 Helpers mogen
niet op de startplaats aanwezig zijn. Tijdens de race en training
mag uitsluitend in de pitstraat of daarvoor aangewezen ruimte: een deelnemer
geassisteerd worden
en aan de machine
gesleuteld worden en de machine van
brandstof worden voorzien. Het tanken mag alleen gebeuren met
uitgeschakelde motor, met de rijder staande naast de machine.
19.6 Buiten de
training of race om mogen alleen in het rennerskwartier reparaties en
aanpassingen worden uitgevoerd.
19.7 Het is
verboden het circuit te verlaten via een andere route dan via de
daartoe aangewezen uitgang.
19.8 Afgevlagde
deelnemers moeten snelheid verminderen.
19.9 burn-outs
zijn verboden, zowel op de baan als op de rest van het
wedstrijdterrein, inclusief het rennerskwartier.
20:
VLAGGENCODES
20.1 Vlaggencodes:
oranje of
Nederlandse vlag of startlicht (uitsluitend getoond bij
start-finish): startsignaal.
zwartwit geblokte
vlag (uitsluitend getoond bij start-finish): einde race of
training.
gele vlag:
stilgehouden: gevaar, passeren verboden.
gele vlag:
gezwaaid: groot gevaar, passeren verboden, snelheid minderen en
aanwijzingen van baancommissarissen opvolgen.
geel/rood
gestreepte vlag: olie op de baan of slipgevaar door andere
oorzaak, opletten en aanwijzingen van de baancommissarissen
opvolgen
geel/rood
gestreepte vlag,: als getoond bij start-finish: de baan kan door
veranderende weersomstandigheden geheel of plaatselijk gladder
zijn dan voorheen
rode vlag (getoond
bij start-finish): de race of training wordt voortijdig gestopt;
rijd stapvoets zonder inhalen verder en stop bij de uitgang van
het circuit
rode vlag getoond
door baanofficial die op of nabij baan staat: de baan niet verder
vervolgen en de aanwijzingen van de official opvolgen (veelal ter
plekke stoppen of de baan verlaten)
zwarte vlag: door
de wedstrijdleider getoond aan één deelnemer, eventueel in
combinatie met een corresponderend startnummer op een bord: de
betreffende deelnemer moet stoppen in de pits of, als deze afwezig
is, bij de uitgang van het circuit. Hier krijgt de deelnemer een
toelichting op het besluit van de wedstrijdleider.
groene vlag
(getoond bij start-finish in eerste ronde van de race en bij een
volledig te verrijden opwarmronde): baan vrij
blauwe vlag: waarschuwt deelnemers dat
zij aanstonds op één of meer ronden achterstand zullen worden
gezet.
20.2 Sancties bij
negeren vlaggencodes:
De deelnemer MOET
op de hoogte zijn van de vlaggencodes en zich er naar gedragen.
Dit geldt tevens voor de aanwijzingen van de officials. Als een
aanwijzing niet volledig wordt begrepen, moet de deelnemer zijn
machine op een veilige plaats en wijze langs de baan stoppen en op
nadere instructies wachten.
21:
RENNERSKWARTIER
21.1 In het
rennerskwartier mag niet worden gereden met uitzondering van aan-
en afvoerverkeer.
21.2 Het is de
deelnemer streng verboden op de wedstrijddag in de kantine en in
het rennerskwartier alcohol (hieronder vallen ook zwakalcoholische
dranken) of andere drogerende middelen tot zich te nemen.
21.3 Het gedrag in
het rennerskwartier moet gebaseerd zijn op onderling respect. In
het bijzonder geldt: stilte vanaf 22.00 uur tot 7.00 uur de
volgende dag, het terrein schoon achterlaten, rekening houden met
omwonenden.
22:
MILIEUBESCHERMING
22.1 Het milieu op
en rondom het circuitterrein moet worden gevrijwaard van
vervuiling en hinder.
Deelnemers en helpers moeten er voor zorgen dat:
Brandstof,
smeermiddelen, ontvettings-, reinigings- en oplosmiddelen,
remvloeistof en andere voor het milieu schadelijke middelen niet
in de bodem terecht komen en/of in de lucht kunnen verdampen. Het
gebruik van de door MON goedgekeurde milieumat is verplicht.
Geluidsinstallaties
op de juiste manier worden gebruikt zodat geluidshinder wordt
voorkomen. Afvalstoffen
op de voorgeschreven wijze worden gedeponeerd.
De geluidsnorm uit
het Technisch Reglement niet wordt overschreden door b.v. een
machine zonder uitlaat c.q. zonder demping te laten draaien.
23: STRAFFEN
23.1 Deelnemers
moeten zich houden aan het technische en wedstrijdreglement SBO
van de MON die gelden voor het jaar waarin de wedstrijd
plaatsvindt. Houdt een deelnemer zich niet aan deze reglementen of
verricht een deelnemer op een andere manier handelingen tijdens, vóór
of na de wedstrijd waardoor de belangen van de MON en SBO en haar
medewerkers worden geschaad, dan kan bestraffing het gevolg zijn.
Beroep kan alleen schriftelijk worden ingesteld bij het Hoofdbestuur door partijen betrokken bij het protest.
De termijn voor schriftelijke indienen van een beroep voor deelnemers is gesteld op 14 dagen na dagtekening van het schrijven waarin de straf is bekendgemaakt en uitsluitend met gebruikmaking van het doorvoor bestemde verweerschrift, ondertekend door het verenigingssecretariaat.
Indien beroep is ingesteld dan heeft dit geen schorsende werking van de straf tenzij op verzoek van de indiener het Hoofdbestuur anders mocht beslissen.
24: PROTESTEN
Protesten
betreffende gedragingen van collega coureurs tijdens de wedstrijd
dienen door de benadeelde deelnemer zelf worden ingediend.
Protesten op
technisch gebied dienen te worden ingediend met
de hiervoor vastgestelde borgsom van € 50,-.
Protesten moeten schriftelijk met een officieel formulier- verkrijgbaar bij de wedstrijdleiding op de wedstrijddag worden ingediend tot maximaal 30 minuten na afloop van de laatst verreden manche( hier valt een eventuele endurance of demo niet onder ).
Protest indienen is voorbehouden aan: deelnemers, MON-officials en bestuurders van de organiserende vereniging.
Voor minderjarigen dienen protesten te worden ingediend door ouder of voogd.
Protesten tegen cilinderinhoud en op technische gebied dienen te worden ingediend met een borgsom van:€ 70,00 per geval voor tweetaktmotoren; € 115,00 per geval voor viertaktmotoren.
Het niet voldoen aan genoemde formaliteiten m.b.t protesten leidt niet automatisch tot niet-ontvankelijkheid van het protest.
De Strafcommissie is vrij ook protesten te behandelen die niet voldoen aan alle formele vereisten een en ander ter beoordeling van de Strafcommissie.
Protesten dienen uiterlijk 14 dagen na het voorval te zijn ingediend.
Ingediende protesten kunnen niet meer ingetrokken worden, en dienen ten allen tijden door de Strafcommissie behandeld te worden.
Het losmaken van de cilinderkop dient door of in het bijzijn van de deelnemer plaats te vinden onder toezicht van een door beide partijen te aanvaarden deskundige op de dag van de wedstrijd na de laatste manche.
Blijkt na opmeting dat het protest ongegrond is dan wordt de borgsom van € 70,00 of € 115,00 aan de bezitter van de machine uitgekeerd; in het andere geval wordt de borgsom gerestitueerd. Medewerking weigeren leidt automatisch tot toewijzing van het protest.
Op constatering van overschrijding van de cilinderinhoud volgt diskwalificatie.
Voor toegestane cilinderinhoud zie technisch reglement.
25: ORGANEN EN
FUNCTIONARISSEN DIE STRAFFEN KUNNEN OPLEGGEN
Straffen worden opgelegd door de Strafcommissie van MON en/of het
bestuur van SBO. Straffen opgelegd door het bestuur van SBO worden
binnen redelijke grenzen door vereniging MON gerespecteerd.
Indien men bezwaar
heeft tegen de door de Strafcommissie en /of het bestuur van SBO
opgelegde straf kan men daar uitsluitend schriftelijk beroep tegen
instellen bij het bestuur van MON.
Dit kan alleen met
gebruikmaking van het daarvoor bestemde verweerschrift,
ondertekend door het verenigingssecretariaat binnen 14 dagen na
dagtekening van het schrijven waarin de straf is bekendgemaakt.
Indien men beroep
heeft aangetekend dan heeft dit geen opschortende werking van de
opgelegde straf, tenzij op verzoek van de indiener het
hoofdbestuur van de MON anders mocht beslissen
Over uitsluiting
van deelname op de dag van de wedstrijd beslist de
wedstrijdleiding en/of het bestuur van SBO
Op gelegde
straffen gelden in principe voor alle MON wedstrijden en alle
klassen mits niet uitdrukkelijk anders vermeld.
Straffen gaan in
op door de Strafcommissie en/of bestuur van SBO vastgestelde
datum.
In gevallen waar dit reglement niet in voorziet beslist de
wedstrijdleiding en/of het bestuur van SBO en/of het bestuur van
MON.
|
|