|

|
|
Dit
reglement is van toepassing op de race-evenementen die door SBO
(stichting Scooterrace en Bromfietssprint Organisatie) worden
georganiseerd onder auspiciën van Vereniging MON (hierna genoemd
MON).
Concept aanpassingen voor 2008 in rood
ALGEMEEN
REGLEMENT
1: ALGEMEEN
REGLEMENT
1.1 bij
deelname aan SBO-sprintwedstrijden c.q. bij het aanvaarden van een
MON-startbewijs conformeert een deelnemer zich aan dit reglement.
Dit reglement moet worden nageleefd door alle deelnemers en
betrokkenen van SBO-sprintwedstrijden.
1.2
De wedstrijden worden georganiseerd door of onder toezicht van de
SBO.
1.3
Een wedstrijd vindt plaats binnen een door de SBO afgebakend
tijdsbestek van één of meerdere dagen. In dit reglement vallen
onder het begrip ‘wedstrijd’:
-de sprints,te verrijden over één of meer runs.
-alle andere activiteiten die samenhangen met het kunnen
verrijden van de sprints,
zoals de technische
controle, het verblijf in het rennerskwartier en het verblijf
elders op het circuit terrein en in de directe
omgeving daarvan.
2:
KLASSEN
2.1
De volgende klassen komen aan de start:
STANDAARD SCOOTER
SCOOTER
70cc
SCOOTER
SPECIAL
AUTOMAATBROMMERS
SCHAKELBROMMERS
SUPER
SPECIAL
2.2
Het bestuur van de SBO kan besluiten een wedstrijdklasse te beëindigen,
maar moet dit bekendmaken vóór de eerste wedstrijd van het
seizoen waarin deze klasse voor het laatst aan de start komt.
Indien een klasse gedurende een seizoen minder dan gemiddeld 6
ingeschreven deelnemers per wedstrijd heeft, mag het bestuur
besluiten de klasse te beëindigen na afloop van het betreffende
seizoen, mits dit besluit vóór 1 november van dat jaar aan de
deelnemers bekend wordt gemaakt.
3:
TECHNISCH REGLEMENT
3.1
Elke aan een wedstrijd deelnemende machine moet voldoen aan de
regels, gesteld in het Technisch Reglement voor SBO - wedstrijden
van de MON.
Het
al dan niet voldoen aan deze regels kan worden vastgesteld door de
jury en/of de technische commissie (zie 3.3).
Dit
technisch reglement bestaat uit een Algemeen Technisch Reglement (ATR)
en de daarbij behorende Specifieke Technische Reglementen (STR).
Het ATR en de STR geven aan, aan welke eisen de machine, de
kleding en de helm moeten voldoen.
3.2
Controle op naleving van het technisch reglement gebeurt ter
plaatse door een technische commissie, bestaande uit door de MON
aangewezen keurmeesters.
Eén
van de keurmeesters draagt de functie van ‘hoofd technische
commissie’. Hij fungeert als coördinator en als aanspreekpunt
van de technische commissie.
3.3
Elke machine moet voorafgaande aan deelname aan de wedstrijd zijn
goedgekeurd door de technische commissie. De technische commissie
kan ook op andere momenten tijdens de wedstrijd technische
controles uitvoeren.
3.4 Het
onttrekken aan de technische controle(s), zoals bedoeld in art.
3.4, of het niet voldoen aan het technisch reglement tijdens de
wedstrijd, kan leiden tot diskwalificatie of een andere straf. Het
besluit hiertoe wordt genomen door de wedstrijdleiding.
3.5
De deelnemer is altijd zelf verantwoordelijk voor het reglementair
zijn van de machine en kan geen rechten ontlenen aan de technische
keuring.
4:
EINDBESLISSING
4.1
In alle gevallen die zich tijdens de wedstrijd voordoen, waarin
dit reglement niet voorziet beslist de wedstrijdleiding.
DEELNAME
5:
STARTBEWIJS, VERZEKERINGEN en AANSPRAKELIJKHEID
5.1 Deelnemers
moeten in het bezit zijn van een MON-startbewijs die via de SBO
kan worden aangeschaft tegen het daarvoor geldende tarief (MON-tarief).
Dit tarief is inclusief administratiekosten en exlusief een
milieumat die de deelnemer voor de duur van het lopende seizoen
dient aan te kopen bij SBO.
Voorts moet een deelnemer zich per wedstrijd inschrijven (zie
artikel 8).
5.2 Rijders die in het voorgaande seizoen in het bezit zijn
geweest van een MON-startbewijs kunnen tot 1 februari 2006 hun
MON-startbewijs aanvragen. Deelnemers die hieraan niet hebben
voldaan, zullen extra administratiekosten worden toegerekend (niet
van toepassing voor nieuwe deelnemers).
5.3
Deelnemers die in het voorgaande seizoen niet in het bezit zijn
geweest van een MON-startbewijs (nieuwe deelnemers), kunnen ook
een MON-startbewijs aanvragen op de eerste wedstrijddag waaraan
zij deelnemen.
5.4
In het MON-startbewijs zijn een WA- en een Persoonlijke
Ongevallenverzekering opgenomen. De deelnemer is zelf
verantwoordelijk voor de benodigde overige verzekeringen
(ziektekosten / ongevallen / zelfstandigenuitkering, enz.).
5.5
Deelname gebeurt op eigen risico. De deelnemer, mede
verantwoordelijk ten opzichte van derden, zal de MON, de SBO, de
organisatoren en de officials als ook hun afgevaardigden en
werknemers vrijwaren van alle kosten en declaraties, die zijn
ontstaan in verband met een claim van derden, en van enige
verplichting aan derden, behalve in geval van grove nalatigheid.
6:
DEELNEMERS
6.1
De volgende leeftijdsgrenzen gelden:
Voor
alle klassen moet de deelnemer op 1 januari in het jaar van
deelname de leeftijd van 14 jaar te hebben bereikt en niet ouder
zijn dan 64 jaar.
6.2
De deelnemer zal zich tegenover de andere deelnemers, hun helpers,
het publiek, de organisatoren en de wedstrijdofficials gedragen
zoals het een goed sporter betaamt. Dit geldt niet alleen tijdens
het verrijden van trainingen en race, maar ook op alle andere
momenten van de wedstrijddag.
6.3 De deelnemer is altijd verantwoordelijk voor het gedrag van de
bij hem of bij zijn team behorende helpers, en kan ook voor
misdragingen van deze personen worden gestraft. Voor misdragingen
van helpers van een team kunnen meerdere deelnemers uit dat team
worden bestraft.
6.4
Men moet altijd de aanwijzingen van dienstdoende officials
opvolgen.
7: PROMOTIEREGELING
7.1 Wanneer een rijder 2 jaar op rij kampioen wordt in de scooter 70 klasse is promotie verplicht.
7.2 Wanneer een rijder 3 jaar op rij in de top 3 eindigt van de scooter 70 is promotie verplicht.
8:
INSCHRIJVEN VOOR EEN WEDSTRIJD
8.1 Voor de
deelname aan een wedstrijd is inschrijving noodzakelijk. Deze
inschrijving vindt plaats op de wedstrijddag.
8.2 Bij
aankomst moet de deelnemer zich bij de inschrijving melden, het
startbewijs van MON tonen en het inschrijfgeld betalen.
8.3 Elke
deelnemer mag deelnemen aan meerdere klassen alleen dient de
deelnemer wel per klasse zijn inschrijfgelden te voldoen(zie
art8.2)
8.4 Het
inschrijfgeld per wedstrijd wordt jaarlijks vastgesteld door het
bestuur van SBO en wordt aan het begin van het seizoen
bekendgemaakt aan de deelnemers.
8.5
De inschrijving sluit in principe 15 minuten voor aanvang van de
te verrijden sprints met tijdsmeting (kwalificatiesprints).
8.6
Het startnummer wordt vooraf, of ter plaatse bij de inschrijving,
aan de deelnemer bekendgemaakt, en is voor een heel seizoen aan
klasse en deelnemer gebonden. 8.7 Het is verboden om als deelnemer
aan een wedstrijd deel te nemen met een startnummer, die is
toegewezen aan een andere deelnemer. Ook is het voor degene, aan
wie een startnummer is toegewezen, verboden iemand anders te laten
deelnemen aan een wedstrijd met dat startnummer.
8.8
Het bestuur kan een deelnemer die een betalingsachterstand heeft,
in wat voor vorm dan ook, voor bestraffing voordragen aan de
strafcommissie van MON.
8.9
Het bestuur kan besluiten het aantal uit te geven startnummers
voor een klasse, en daarmee dus het aantal deelnemers dat in
betreffende klasse mag deelnemen, te binden aan een maximum.
9:
MEDISCHE KEURING
9.1
Om in het bezit te komen van een startbewijs is een medische
goedkeuring voor motorsport vereist, die tenzij het keuringsbewijs
anders vermeld, geldig is voor maximaal 2 jaar (vanaf 36 jaar 1
jaar). Keuringen via een SMI (Sport Medische Instelling) zijn
drie jaar geldig. Ernstige
blessures dienen via het
bondsbureau aan de medische commissie te worden gemeld. De
bondsarts kan een herkeuring voorschrijven. Er worden uitsluitend
sportkeuringformulieren geaccepteerd zoals die worden uitgegeven
door MON en de SMI (Sport Medische Instelling).
Voor
rijders van 60 jaar en ouder (bepalend is de leeftijd die
men heeft bereikt op 1 januari van het jaar) en is een SMA
sportkeuring verplicht.
De
SMA sportkeuring is voor rijders van 60 jaar slechts 1 jaar
geldig.
10:
SPONSORING
10.1
Deelnemers die sponsoring ontvangen, mogen bij het bieden van een
tegenprestatie aan hun sponsor(s) de belangen van de SBO en haar sponsoren, de MON
en de organisatoren niet schaden.
10.2 Deelnemers
moeten de verplichtingen, die de SBO met haar sponsors aangaat en
die betrekking hebben op deelnemers en machines, nakomen.
WEDSTRIJDBEPALINGEN
11:
ALGEMEEN
11.1
De sprintwedstrijd wordt in beginsel over vier kwalificatiesprints
een 1/4,1/2 en een finale verreden. Als daar aanleiding toe is kan
de wedstrijdleider, in overleg met afgevaardigden van het bestuur
en de organisatie, besluiten anders te laten verrijden.
12.2 in de
1/4,1/2 en 1/1 finale zullen verreden worden per klasse. (zie art12.3)
12.3 Bij slechte weersomstandigheden kan de wedstrijdleiding, in overleg met afgevaardigden van het bestuur en de organisatie, besluiten de eindstand te bepalen aan de hand van de kwalificatie.
12:
STARTOPSTELLING
12.1
in de kwalificatiesprints zal er geen startopstelling volgens enig
klassement zijn.
De
deelnemer krijgt in een afgebakend tijdsbestek vastgesteld door de
sbo in het dagprogramma de kans om maximaal 4 runs te maken.
12.1
De startopstelling tijdens de finale sprints vindt plaats op basis
van de 8 snelste tijden van iedere klasse.
12.3
De startopstelling tijdens de finale sprints zal zijn:
De nummer 1 zal tegen de nummer 5 sprinten
De nummer 2 zal tegen de nummer 6 sprinten
De nummer 3 zal tegen de nummer 7 sprinten
De nummer 4 zal tegen de nummer 8 sprinten
13:
STARTMETHODE
13.1
Er wordt gestart met draaiende motor , waarbij de deelnemer zich
op de machine bevindt.
13.2
Een deelnemer mag pas vertrekken na het vertonen van het
startsignaal.
13.3 De
startprocedure is als volgt:
A: De deelnemers rijden vanuit het parc fermé per startrij de
sprintbaan op en rijden naar hun startplaats.
B: De deelnemers stellen zich op, aan de aan hen toegewezen
startplaats . Dit
gebeurd op aanwijzing van een wedstrijdofficial.
C: Op de
startlijn stelt de deelnemer zich op in de stage en pre stage
waarna het startlicht geactiveerd wordt.
D: wanneer het startlicht in werking is gesteld gaat het eerste
gele licht aan aftellend tot aan het groene licht. Vanaf dat
moment mogen de deelnemers aan hun run beginnen.
13.4 Een deelnemer die tijdens
de kwalificatiesprints een valse start maakt, dient door te rijden
naar de finish. Deze run zal automatisch worden omgezet naar een
no finish,en wordt afgetrokken van het aantal runs(zie art 11.1)
13.5
Tijdens de finale mag er één valse start gemaakt worden. Bij een
valse start dienen de deelnemers opnieuw hun startplaats in te
nemen. Bij
een tweede valse start van dezelfde deelnemer zal de tegenstander
als winnaar van die run worden aangewezen.
13.6
Tijdens de finale gaat de winnende deelnemer van de desbetreffende
run door naar de volgende ronde. In geval van de1/1 finale zal de
winnaar aangewezen worden als dagoverwinnaar in zijn klasse.
14:
TUSSENTIJDSE STOP
14.1
De wedstrijd kan tussentijds worden gestopt. Alleen de
wedstrijdleider neemt hiertoe de beslissing.
14.2 Wanneer
op een droge baan wordt gestart en het tijdens de race gaat
regenen, kan de race door de wedstrijdleiding worden gestopt.
Wanneer de toestand van de baan constant is, dit is ter
beoordeling van de wedstrijdleiding opnieuw gestart.
15:
DE WINNAAR EN DE UITSLAG
15.1
Tijdens de finale gaat de winnende deelnemer van de desbetreffende
run door naar de volgende ronde. In geval van de1/1 finale zal de
winnaar aangewezen worden als dagoverwinnaar in zijn klasse.
15.1 Winnaar van een run is de deelnemer die in overeenstemming
met de reglementen als eerste de finishlijn passeert.
15.3
Niet geklasseerd worden die deelnemers die een valse start
maken(zie art13.4 en 13.5).
15.4
De uitslag wordt uiterlijk 30 minuten na beëindiging van de
laatste run van de dag bekendgemaakt, tenzij er aanleiding toe is
de uitslagen later bekend te maken. Dit ter beoordeling van de
wedstrijdleiding.
16:
KLASSEMENT
16.1
Per sprintwedstrijd worden, tellend vanaf de 1e plaats per klasse,
de volgende punten toegekend:
30,27,25,23,21,20,19,18,17,16,15,14,13,12,11,10,9,8,7,6,5,4,3,2,1punt(en)
Deze
telling wordt per
sprintwedstrijd toegepast voor zowel het dagklassement als het
kampioensklassement en is van toepassing op alle klassen.
16.2
Per sprintwedstrijd worden,vanaf de snelste tijd per klasse de
volgende punten toegekend:snelste 5 punten,tweede 3 punten en de
derde 1punt.
Deze
telling wordt per
sprintwedstrijd toegepast voor het kampioensklassement en is van
toepassing op alle klassen.
16.3
Naast het seizoensklassement per ingestelde klasse kan er ook een
merken/typeklassement worden bijgehouden.
16.4
Als deelnemers in het eindklassement eindigen met een gelijk
aantal punten, geldt het volgende voor het bepalen van de hoogste
klassering:
1. het aantal eerste plaatsen
2. het aantal tweede plaatsen
3. het aantal derde plaatsen
4. de klassering in de laatste sprint
17:
PRIJZEN
17.1
Op basis van de resultaten van een wedstrijd wordt een
wedstrijdklassement opgemaakt. In elke klasse wordt voor de eerste
drie geëindigde deelnemers in het wedstrijdklassement een prijs
beschikbaar gesteld, mits er meer dan 6 deelnemers in deze klasse
zijn gestart.
17.2
Prijzen worden uitgereikt aan het einde van de wedstrijd en moeten
op dat moment door de prijswinnaars persoonlijk in ontvangst
worden genomen.
17.3
Als niet wordt voldaan aan art 17.2, kan geen aanspraak meer
worden gemaakt op deze prijzen.
18:
GEDRAG OP DE BAAN
18.1
Het is de deelnemers verboden oneerlijke, ongeoorloofde of
gevaarlijke manoeuvres uit te voeren of dusdanig rijgedrag te
vertonen dat andere deelnemers, officials, publiek of andere
personen in gevaar worden gebracht of kunnen worden gebracht.
18.2
Deelnemers mogen elkaar bij het passeren niet hinderen.
18.3
Deelnemers dienen in hun eigen baan te blijven.
18.4
Het op de baan stilstaan of tegen de rijrichting inrijden is
STRENG VERBODEN.
18.5
Bij pech of na een ongeval moet men de machine op een snelle en
veilige manier van de sprintbaan verwijderen en de aanwijzingen
van de baancommissarissen en/of officials opvolgen.
18.6
Helpers mogen niet op de startplaats aanwezig zijn(met
uitzondering van de super special). Tijdens de wedstrijd mag
uitsluitend in het parc ferme of daarvoor aangewezen ruimte:
een deelnemer
geassisteerd worden
aan de machine
gesleuteld worden
de machine van
brandstof worden voorzien. Het tanken mag alleen gebeuren met
uitgeschakelde motor, met de rijder staande naast de machine.
18.7
Buiten de sprints om mogen alleen in het rennerskwartier
reparaties en aanpassingen worden uitgevoerd.
18.8
Het is verboden het circuit te verlaten via een andere route dan
via de daartoe aangewezen uitgang.(pech en ongevallen
uitgezonderd)
18.9
Burn-outs zijn verboden (indien anders aangegeven bij de
wedstrijddag zelf). Alle schade veroorzaakt door burn-outs zal
door de betreffende deelnemer vergoed moeten worden.
19:
RENNERSKWARTIER
19.1
Rijden in het rennerskwartier is verboden.
19.2 Het is verboden om met wedstrijdmachines gebruik te maken van
een nabij de wedstrijdbaan gelegen openbare weg.
19.3 Gebruik van alcohol of drugs tijdens de wedstrijddag is
verboden.
19.4 Sleutelen aan een brommer/scooter is enkel toegelaten in het
rennerskwartier en niet in het gesloten park of bij de
startopstelling
19.5 Aanwijzingen van medewerkers en/of organisatie moeten
opgevolgd worden.
19.6 Helpers en/of monteurs mogen niet op de startplaats
aanwezig zijn, wel in het gesloten park. Uitgezonderd voor de
special klasse(s).
20:
MILIEUBESCHERMING
20.1
Het milieu op en rondom het circuitterrein moet worden gevrijwaard
van vervuiling en hinder.
Deelnemers en helpers moeten er voor zorgen dat:
Brandstof,
smeermiddelen, ontvettings-, reinigings- en oplosmiddelen,
remvloeistof en andere voor het milieu schadelijke middelen niet
in de bodem terecht komen en/of in de lucht kunnen verdampen. Het
gebruik van de door MON goedgekeurde milieumat is verplicht.
Geluidsinstallaties
op de juiste manier worden gebruikt zodat geluidshinder wordt
voorkomen. Afvalstoffen
op de voorgeschreven wijze worden gedeponeerd.
21:
STRAFFEN
21.1
Deelnemers moeten zich houden aan het technische en
wedstrijdreglement SBO van de MON die gelden voor het jaar waarin
de sprintwedstrijd plaatsvindt. Houdt een deelnemer zich niet aan
deze reglementen of verricht een deelnemer op een andere manier
handelingen tijdens, vóór of na de wedstrijd waardoor de
belangen van de MON en SBO en haar medewerkers worden geschaad,
dan kan bestraffing het gevolg zijn.
Beroep kan alleen schriftelijk worden ingesteld bij het Hoofdbestuur door partijen betrokken bij het protest.
De termijn voor schriftelijke indienen van een beroep voor deelnemers is gesteld op 14 dagen na dagtekening van het schrijven waarin de straf is bekendgemaakt en uitsluitend met gebruikmaking van het doorvoor bestemde verweerschrift, ondertekend door het verenigingssecretariaat.
Indien beroep is ingesteld dan heeft dit geen schorsende werking van de straf tenzij op verzoek van de indiener het Hoofdbestuur anders mocht beslissen.
22:
PROTESTEN
Protesten
betreffende gedragingen van collega coureurs tijdens de wedstrijd
dienen door de benadeelde deelnemer zelf worden ingediend.
Protesten op
technisch gebied dienen te worden ingediend met de hiervoor vastgestelde borgsom van € 50,-.
Protesten moeten schriftelijk met een officieel formulier- verkrijgbaar bij de wedstrijdleiding op de wedstrijddag worden ingediend tot maximaal 30 minuten na afloop van de laatst verreden manche( hier valt een eventuele endurance of demo niet onder ).
Protest indienen is voorbehouden aan: deelnemers, MON-officials en bestuurders van de organiserende vereniging.
Voor minderjarigen dienen protesten te worden ingediend door ouder of voogd.
Protesten betreffende gedragingen van collega-coureurs tijdens de wedstrijd dienen door benadeelde deelnemer zelf te worden ingediend.
Protesten tegen cilinderinhoud en op technische gebied dienen te worden ingediend met een borgsom van:€ 70,00 per geval voor tweetaktmotoren; € 115,00 per geval voor viertaktmotoren.
Het niet voldoen aan genoemde formaliteiten m.b.t protesten leidt niet automatisch tot niet-ontvankelijkheid van het protest.
De Strafcommissie is vrij ook protesten te behandelen die niet voldoen aan alle formele vereisten een en ander ter beoordeling van de Strafcommissie.
Protesten dienen uiterlijk 14 dagen na het voorval te zijn ingediend.
Ingediende protesten kunnen niet meer ingetrokken worden, en dienen ten allen tijden door de Strafcommissie behandeld te worden.
Het losmaken van de cilinderkop dient door of in het bijzijn van de deelnemer plaats te vinden onder toezicht van een door beide partijen te aanvaarden deskundige op de dag van de wedstrijd na de laatste manche.
Blijkt na opmeting dat het protest ongegrond is dan wordt de borgsom van € 70,00 of € 115,00 aan de bezitter van de machine uitgekeerd; in het andere geval wordt de borgsom gerestitueerd. Medewerking weigeren leidt automatisch tot toewijzing van het protest.
Op constatering van overschrijding van de cilinderinhoud volgt diskwalificatie.
Voor toegestane cilinderinhoud zie technisch reglement.
23:
ORGANEN EN FUNCTIONARISSEN DIE STRAFFEN KUNNEN OPLEGGEN
Straffen worden opgelegd door de Strafcommissie van MON en/of het
bestuur van SBO. Straffen opgelegd door het bestuur van SBO worden
binnen redelijke grenzen door MON gerespecteerd.
Indien
men bezwaar heeft tegen de door de Strafcommissie en /of het
bestuur van SBO opgelegde straf kan men daar uitsluitend
schriftelijk beroep tegen instellen bij het bestuur van MON.
Dit
kan alleen met gebruikmaking van het daarvoor bestemde
verweerschrift, ondertekend door het vereni |